Dit is Leaders in Life Sciences, een podcast waarin we op zoek gaan naar het verhaal achter de mens. We praten met leiders van nu en later over wat hun drijft, hun carrière en privéleven. Want door naar elkaar te luisteren komen we als individu en als sector verder. We willen onze partners hartelijk bedanken voor hun steun, dat zijn Pivot ParkPedersen & Partners en Johnson & Johnson Innovative Medicine. Te gast in deze aflevering, Sanne Groenemeijer. Uw host is Henk Jan Out.

Henk Jan Out

Ja, welkom, Sanne Groenemeijer. Fijn dat je hier bent gekomen in het Pivot Park.

Je bent dus general manager van het meest begeerde en succesvolle farmaceutische bedrijf van dit moment, denk ik dat je wel kan zeggen. Dat is namelijk het Deense Novo Nordisk. Het is de fabrikant van een van de meest bekende afslankmiddelen, semaglutide, op de markt gebracht onder de naam Wegovy. Oorspronkelijk een IC-verpleegkundige, hij heeft een prachtige carrière daarna gemaakt. Van artsenbezoeker tot nu dus algemeen directeur van Novo Nordisk in Nederland. We gaan het uiteraard met hem hebben over Wegovy, maar misschien goed om eerst wat nader kennis te maken met het bedrijf Novo Nordisk.

Misschien kun je daar wat over vertellen. Hoe lang werk je daar al?

Sanne Groenemeijer

Ik heb toevallig dit weekend mijn 15-jarig jubileum gevierd.

Henk Jan Out

Toe maar, gefeliciteerd.

Sanne Groenemeijer

Dankjewel.

Henk Jan Out

Maar het is een Deens bedrijf hè?

Sanne Groenemeijer

Ja, 100% Deens bedrijf. In alles wat we doen en ook hoe we onze zaken doen. Ik denk dat dat bijna wel centraal staat voor Novo Nordisk. Het is puur Deens.

Henk Jan Out

En probeer eens te omschrijven wat het Deense dan precies is?

Sanne Groenemeijer

Nou, ik denk, als je kijkt naar de manier waarop we georganiseerd zijn, dan hebben we het al over wat we dan mooi noemen het steward ownership model. Waarbij een stichting, de Novo Nordisk Foundation, een meerderheidsbelang in stemmen heeft. Niet per se in de aandelen, maar wel een meerderheid in stemmen. En daarmee is de stichting feitelijk de eigenaar van Novo Nordisk. En dat betekent dat we nooit overgenomen kunnen worden – in ieder geval heel erg lastig. En de foundation heeft een hele lange termijn doelstelling: we willen diabetes en andere chronische ziekten in de wereld genezen. En alles wat we doen, wordt door de eigenaar daartegen aangehouden. Dus dat maakt dat we ook een iets andere shareholder dynamic hebben. Het echte kwartaalmanagement kennen we niet bij Novo, omdat we altijd door die lange termijn kijken. Dat is het zakelijk Deense.

Henk Jan Out

Maar jullie staan wel gewoon op de beurs toch?

Sanne Groenemeijer

Zeker, zeker. En dat is ook enorm belangrijk. En tegelijkertijd wordt door de stichting de lange termijn altijd geborgd. En dat maakt dat je met een bepaalde consistentie aan het werk bent met elkaar. En dat voelt waarachtiger, als ik eerlijk ben. Maar dat is meer mijn eigen beleving, door daar zo lang te werken.

Henk Jan Out

Want Novo Nordisk Foundation doet meer dan alleen de business Novo Nordisk. Want ze investeren ook enorm veel in algemeen onderzoek.

Sanne Groenemeijer

Ja, met gepaste trots zeggen we altijd: het is inmiddels groter dan de Bill Gates Foundation. Dus het is, denk ik, de grootste foundation in de wereld. En we doen vooral veel meer bazaal onderzoek. Maar eigenlijk alles wat je kan bedenken wat met innovatie in de gezondheidszorg te maken heeft worden aanvragen voor gedaan vanuit de hele wereld. Een mooi voorbeeld in Nederland is dat Leiden een jaar of drie geleden 200 miljoen van de foundation heeft gekregen voor stamcelonderzoek. En dan heb je het echt over basaal onderzoek.

Henk Jan Out

Dus dat is niet per se een relatie met de producten die Novo Nordisk maakt?

Sanne Groenemeijer

Nee, nou, het mooie voorbeeld is dat, ik las het ook in de krant, ik weet dat niet eens. Omdat de foundation is een andere entiteit dan AS of de BV’s als je wil. Maar dat is onze eigenaar. Dus dat gaat heel mooi samen. Dat je echt op de lange termijn investeert in de wetenschap. En tegelijkertijd je commerciële tak als foundation. Dat je die ook op de lange termijn stuurt als eigenaar.

Henk Jan Out

Want dat gaat om grote bedragen. Kun je iets zeggen over hoeveel geld de Novo Nordisk Foundation beheert? In dat hele fonds wat zij gebruiken voor R&D?

Sanne Groenemeijer

Nee, dat heb ik zo niet paraat. Nee, dat kan ik je zo niet zeggen.

Henk Jan Out

Het gaat om vele, vele, vele miljarden.

Sanne Groenemeijer

Heel veel miljarden. Groter dan Bill Gates Foundation.

Henk Jan Out

Dat zegt wel een hoop natuurlijk. Maar goed, je zegt een heel Deens bedrijf. Even los van de manier waarop het georganiseerd is als bedrijf. Wat is het ook? Deense management? Kenmerkt zich dat op een bepaalde manier?

Sanne Groenemeijer

Ja, dat wou ik net zeggen. Dus je hebt aan de ene kant de organisatievorm, de manier waarop we de zaken doen en georganiseerd hebben. En dan heb je het culturele aspect.

En ik denk dat Denemarken gewoon in zijn algemeenheid al bekendstaat om een hele gezonde work-life balance. Ook de no-nonsense cultuur die er heerst. Vooral wat ze in Denemarken… Wij hebben het calvinisme in Nederland, en in Denemarken heb je de Janteloven, zoals dat heet. Die ken je ongetwijfeld ook. En dat is: iedereen is gelijk. Op het moment dat ze maar het idee hebben dat je jezelf beter vindt dan de ander… Dan, dat vinden we onaangenaam. Of, dat vindt een gemiddelde Deen heel onaangenaam.

Dat zit ook echt wel in onze cultuur binnen het bedrijf. En dat maakt dat we vrijwel heel rustig werken. Mijn CEO deed wel eens de oproep: “Keep the egos out”, zei hij dan. En dat is een oprecht streven, waarin we het heel belangrijk vinden om op een fatsoenlijke manier met elkaar te werken, met elkaar om te gaan. Dat betekent niet dat altijd iedereen het even goed doet, en dat we niet, waar het nodig is, een keer afscheid van iemand nemen als werkgever. Maar het gaat altijd op een manier die netjes is en respectvol is. En dat is, denk ik, heel belangrijk. En daar werk ik al 15 jaar echt heel prettig in. Dat past ook bij mijn persoonlijke waarden en normen.

Henk Jan Out

Ik heb zelf ook drie jaar in Kopenhagen gewoond. Met buitengewoon veel plezier mag ik wel zeggen. En de manier van communiceren ook binnen zo’n bedrijf. Lijkt heel erg veel op de Nederlandse.

Sanne Groenemeijer

Ja, zeker. Alleen zeg ik wel een beetje cynisch dat Denen vinden zichzelf heel direct. En wij zijn het echt.

Henk Jan Out

Wij zijn misschien iets grof. Ik vond het Denen af en toe ook best wel grof, eerlijk gezegd.

Sanne Groenemeijer

Ja, ook wel. Maar dat is dan altijd met een kwinkslag.

Henk Jan Out

Daarna is dat meteen weer goed als je een beetje ruzie maakt. Goed, en Novo Nordisk in Nederland. Daar ben jij general manager van. Hoe groot is het bedrijf?

Sanne Groenemeijer

Wij werken nu met 175 mensen in Nederland. En we zijn vooral de laatste twee jaar heel erg uitgebreid op ons klinisch onderzoekdeel. Dus echt vooral investeren in de toekomst.

We zitten nu in het midden van de life cycle management van ons grootste molecuul, en waarschijnlijk het grootste molecuul ooit in wording van de laatste – misschien wel – eeuw, denk ik. En die life cycle maakt dat we nu enorm investeren in de patent cliff die erna komt in ‘31. Dus daar zit de groei van de laatste jaren. We zitten nu nog in Alphen aan den Rijn, maar we verhuizen over – kijk even naar mijn horloge – vier maanden naar Amsterdam. Een groter kantoor, want we groeien er echt uit. En we vinden dat we ook iets centraler in Nederland moeten zitten. Waar je vooral onze jonge talenten… Want je kijkt toch naar je toekomstige workforce. Je moet heel makkelijk met openbaar vervoer bereikbaar zijn. Dat zijn we nu ook niet echt. Dus we proberen echt een organisatie nu te bouwen die klaar is voor de komende tien jaar, zeg maar.

Henk Jan Out

En de clinical operations-kant, is dat direct onder jouw verantwoordelijkheid, of is dat meer een centraal aangestuurde…?

Sanne Groenemeijer

Nee, dat valt echt… Dus bij Novo hebben we nu – en we noemen dat CDC, Clinical Development Centers – er zijn er 25 in de wereld. En wij zijn er een van. Dus dat vinden we wel een mooie eer. En dat komt ook omdat Nederland echt een fantastisch onderzoeksland is. Met een goede infrastructuur, kosten die te overzien zijn, en kwalitatief wordt er gewoon heel goed onderzoek gedaan door de klinieken. Dus we doen dat echt vanuit Nederland. We verwachten zelfs dat we dat op wat grotere schaal vanuit Nederland op meerdere Europese landen zullen gaan aansturen. Dus het is echt een center wat gewoon steeds uitdijt.

Henk Jan Out

Een soort Europese hub gaat worden.

Sanne Groenemeijer

Ja, dat verwacht ik wel. Eigenlijk zijn we dat al, want wij doen, zeg maar, al het onderzoek. België doet dan nu bijvoorbeeld nog maar een klein beetje onderzoek, wat voor hen natuurlijk als lokaal kantoor wat vervelender is. Maar het wordt echt gecentreerd in een paar grote hubs. En wij zijn dus één van de vijfentwintig in de wereld.

Henk Jan Out

En het meeste klinische onderzoek wat jullie doen is op het terrein van diabetes, denk ik.

Sanne Groenemeijer

Nou, leuk dat je dat vraagt. Dat is precies dat… Ja, ook. Maar we zijn echt nu veel meer in cardiovasculair aan het investeren. Er worden moleculen opgekocht. Dat is ook niet echt des Novo’s. We deden eigenlijk altijd onze R&D 100% zelf. Dat pad is ook veranderd. Dus er is heel veel in de pijplijn. Dat zit, naast diabetes, op obesitas. Dat is echt naast gekomen. Daar kunnen we nog veel meer van verwachten de komende jaren uit die pijplijn. En in cardiovasculair, in de breedste zin van het woord.

Henk Jan Out

En wat drijft die keuzes? Jullie hebben die expertise op die cardiovasculair kant ook gekregen. Denk ik door al je diabetesonderzoek. Is dat de reden dat je daar ook verder in wilt?

Sanne Groenemeijer

Ja, wat ik intern steeds hoor, is dat het vooral in de protein engineering-hoek zit. Wij kunnen één ding enorm goed, en dat is eiwitten produceren. Of insuline hebben, de protein engineering. Dus het is een heel lastig productieproces. Dat kan je niet zomaar doen. Zeker niet op de schaal waarop wij dat doen. Dus daar bouwen we wel op verder.

En vanuit de visie: als je kijkt naar bijvoorbeeld diabetes type 2, is dat een cardiovasculaire aandoening. En je kan met insuline een deel van die aandoening behandelen. Dat zijn die hoge bloedzuikers, dat weet je ook. Er zijn cascades van problematiek die er over mensen uitrolt. Vanuit die expertise bouwen we inderdaad verder. Dan kom je veel meer in de inflammatoire hoek terecht, op cardiovasculaire… Dat soort moleculen.

Henk Jan Out

En jullie zitten natuurlijk nu helemaal in de obesitas. Dat is natuurlijk continu in het nieuws, de afslankermiddelen. Wegovy, we mogen het gewoon gebruiken, het woord.

Sanne Groenemeijer

Ja, dat blijft lastig. Het staat elke dag in de krant. Wat belangrijk is – jij noemde dat net – semaglutiden voor afvallen. Semaglutide is onder… Ik zeg het dan nu ook maar: Ozempic. Onder de naam Ozempic is het geregistreerd voor type 2-diabetes, de behandeling daarvan. En in hogere doseringen is dat dus het product Wegovy. En dat is dan geregistreerd om af te vallen. Dus het is echt begonnen met Ozempic, waarmee inmiddels binnen diabetes bijna 100.000 mensen in Nederland worden behandeld. Alleen voor diabetes. Keurig vergoed, binnen de richtlijnen. Dus dat heeft inmiddels een hele mooie plek verkregen. En het molecuul, wat ik net zeg , in de andere doseringen is Wegovy. Dat product is in Nederland nog niet beschikbaar. Dat verwacht ik binnen afzienbare tijd. En dat heeft te maken met de enorme vraag wereldwijd. Dat we dus gewoon getrapte lanceringen in Europa doen. En als we het lanceren, dan willen we zeker weten dat we genoeg hebben. Want we hebben in de aanvang ook lanceringen in Europa of in de wereld gedaan die we niet maximaal konden opvolgen. En daar leer je dan gaandeweg snel van.

Henk Jan Out

Maar Wegovy is toch wel beschikbaar in Nederland?

Sanne Groenemeijer

Nee, nou het is wel beschikbaar, maar dat komt dan via andere kanalen omdat het bijvoorbeeld in Duitsland wel op de markt is. En Frankrijk inmiddels ook, maar nog niet in Nederland officieel, maar dat vindt ze weg dan.

Henk Jan Out

Dus als we het hebben over het gebruik van semaglutine als afslankmiddel in Nederland, dan hebben we het toch nog puur over de diabetes indicatie waar het eigenlijk voor off-label wordt gebruikt.

Sanne Groenemeijer

Ja, dat semaglutide-molecuul. Daar ging het twee jaar terug eigenlijk fout. Dat kwam ineens op social media binnen. Van, hé, semaglutide was in Amerika toen gelanceerd. Dat was meteen de hype die we nu nog steeds hebben. Dan ga je in Europa zoeken van: “Hé, wat is dat? Semaglutide.” En dan kom je dus op het molecuul Ozempic uit, wat er is voor de behandeling van type 2-diabetes. En toen dacht iedereen: ja, dan kan het daar ook wel mee. En de arts mag die keuze ook maken. Je mag off-label denken: nou ja, ik vind dat ook een prima keuze. Het is hetzelfde, alleen in een andere dosering. En toen kwamen we dus met tekorten.

Henk Jan Out

Ja, al is als mee in de publiciteit gekomen. Ja, ja, echt op de voorpagina’s van de kranten: “Gebruik dit niet voor afslankdoeleinden, maar dit is echt bedoeld voor diabetespatiënten.”

Dat is een merkwaardige situatie voor een farmaceut: “Gebruik ons product vooral niet…”

Sanne Groenemeijer

Ja, ik heb het schizofreen genoemd. Want we zijn hier tenslotte om te proberen onze producten een gezonde plek in Nederland te geven binnen de segmenten. Maar dat weet je ook in je productieschema’s. Dat weet je toch minimaal een jaar, soms wat langer, vooruit in je planning. En als dan ineens een deur opent waar een bovenmatige vraag zich aandient – om het dan maar zo te zeggen – dan heb je gewoon tekort.

Henk Jan Out

Dat kon je echt niet aan zien komen?

Sanne Groenemeijer

Nee, dat voorbeeld… Nou ja, en nee. Kijk, in Amerika hadden we – dat voorbeeld heb ik vaker gebruikt – wat we noemden Blue Sky-scenario’s gemaakt. Van: “Nou, wat zou nou het gekste geval kunnen gebeuren?” En die waren het eerste jaar met een factor 10 overschreden. Dus dat geeft aan dat we er niet een beetje naast zaten, maar dat het alle verwachtingen overtroffen heeft. Wat we dus zagen, was dat iedereen het ging gebruiken. Maar we hadden al heel veel mensen – en nog steeds in Nederland – op Ozempic, die daarmee behandeld worden voor hun diabetes. Op het moment dat dan je voorraad, zeg maar, ineens versneld opgemaakt wordt, moet je wel zorgen dat de mensen die het nu gebruiken, daar wel bij moeten kunnen. Wij zeggen altijd: het succes van je middel wordt bepaald door de continuïteit van gebruik en daarmee de levering. En als het middel er niet is, dan werkt het dus ook niet voor mensen. Dus we hebben toen gedacht: laten we nou gewoon onze verantwoordelijkheid echt maximaal nemen. En gewoon zeggen: “Doe dat nou niet.” Want de mensen die het vandaag gebruiken, die moeten er echt bij. En misschien moet je op een later moment – laat ik het aan de dokters over of ze dat wel willen inzetten – maar nu moet je dat echt niet doen. Dat heeft voor een deel gewerkt… Eigenlijk niet.

Henk Jan Out

Er waren zelfs cynici die dat gewoon pure marketing vonden…

Sanne Groenemeijer

Ja, dat mag. En ik heb toen een aantal mensen ook wel… Nou, uitgedaagd zou ik het niet zeggen. Maar ik zei: “Ik vind het zelf moeilijk omhoog te houden als ik zeg: doe het niet,” omdat het als reclame te beschouwen is. Het is een beetje damned if you do, damned if you don’t-scenario. Want als ik het niet gedaan had, had men gezegd: “Waarom heb je er niks aan gedaan?” Uiteindelijk heb ik wel gemerkt, in de feedback die ik in de jaren erna kreeg, dat het uiteindelijk ook wel gewaardeerd is, omdat we dat deden. Meer kunnen wij ook niet doen als farmaceut.

Henk Jan Out

Heeft dat effect gehad eigenlijk? Ik weet niet of je dat kan meten?

Sanne Groenemeijer

Nou, eigenlijk niet. Nee, kijk wat we toen gedaan hebben is in overleg met EMA, en dat is natuurlijk een Europees ding, hebben we gezegd je moet die middelen moet je titreren, dus je moet met een startdosering beginnen.

Henk Jan Out?

Voor de afslankindicatie of voor de diabetes?

Sanne Groenemeijer

Nee, voor die diabetes en ook voor de afslankindicatie. Voor allebei hetzelfde titratieschema, alleen titreer je dan de obesitas-indicatie naar een hogere dosering. Die hebben we dan niet voor diabetes. Toen hebben we de startdoseringen gewoon een driekwart jaar niet beschikbaar gehad. En wel de gebruiksdoseringen, de onderhoudsdoseringen. En daarmee konden we garanderen… En daar hadden we een evenwicht terug in het segment, waarin de mensen die het hadden, er prima bij konden. Alleen het opstarten met de startdosering was dus wat rotter. Toen zagen we ook dat in het veld mensen met hogere doseringen gingen starten. Ja, dat is dan echt aan artsen. Dat kan ik dan echt niet voorkomen. En wij kunnen natuurlijk alleen maar zeggen: “Zo moet je het gebruiken. Dit is ons advies.” En wat er daarna gebeurt… Ja, dat is dan toch aan het veld zelf. We hebben wel gezien dat dat de ergste disbalans eruit gehaald heeft. En inmiddels zijn we echt terug. Hebben we meer dan genoeg.

Henk Jan Out

Je kunt nu voldoende produceren.

Sanne Groenemeijer

Ja, we hebben enorm geïnvesteerd. Alleen al ‘24 hebben we 17 miljard in productiecapaciteit geïnvesteerd. En de jaren ervoor ook al. Dat begint zich nu heel snel uit te betalen. Dus we kunnen nu heel veel maken.

Henk Jan Out

Want semaglutine, dat is een eiwit. Dat is een groot molecuul. Is dat moeilijk te synthetiseren?

Sanne Groenemeijer

Ja, dat is heel lastig te synthetiseren. Al denk ik dat het uiteindelijk wel zal lukken. Maar op korte termijn denk ik niet.

Henk Jan Out

Er is natuurlijk ongelooflijk veel gebeurd met Novo vanwege jullie diabetes en afslankmiddelen. Er gaat bijna geen dag voorbij of het wordt wel ergens genoemd in de krant. Hoe heb je dat ervaren? Het moet eigenlijk wel een droom zijn voor een farmaceut, toch?

Sanne Groenemeijer

Ja en nee. Kijk, de echte ervaring is, laat ik het samenvatten als zeer bijzonder. Als je al een tijd meeloopt, zoals we allebei, dan weet je dat het niet elke dag gebeurt dat er zoveel, met name in het publieke domein, over je producten gesproken wordt. En dat maakt het dus tegelijkertijd ook moeilijk, omdat er heel veel dingen gezegd worden die we als bedrijf zelf nooit zouden kunnen zeggen. En als ik daar dan vragen over krijg – daar hebben we het ook vooraf in dit gesprek over gehad – dan is het best lastig om daar in alle openheid antwoord op te geven. Maar bijzonder. Maar het laat in ieder geval zien dat de producten op zich, de aandacht laat in ieder geval zien dat er ongelooflijk veel interesse in is, en dat het mogelijk iets bedient waar men in de wereld op zit te wachten.

Henk Jan Out

Ja, want dat brengt er van een beetje op op obesitas als ziekte, dat kun je toch wel zeggen. Hoe zie je de plaats van de afslankmiddelen in zijn algemeenheid in obesitasbehandeling?

Sanne Groenemeijer

Ja, dat is denk ik de vraag die we met elkaar nu aan het beantwoorden zijn als we vooruitkijken. Nederland is een van de weinige landen die obesitas echt als chronische ziekte heeft aangemerkt. En dan denk je: nou, dan is de plek van die middelen daarmee ook bepaald. Maar dat is geenszins waar. Want de middelen die bedienen uiteindelijk, zoals jij nu ook stelt, bieden een oplossing voor een bepaalde groep die lijdt aan een chronische ziekte: obesitas. Maar voordat je obees bent – dat ben je niet in één nacht – loop je een heel traject door. En dan begin je met een beetje overgewicht, een paar kilo’s te veel, dan ineens lijd je aan overgewicht, en in sommige gevallen worden mensen dus dan obees. En die grens is eigenlijk nog niet bepaald. In het gesprek met de overheid, maar ook binnen de vakgroepen in Nederland, zien we dat dat nog niet echt uitgekristalliseerd is. Als je dan kijkt naar de plek van die middelen voor nu, denken wij in ieder geval dat je moet kijken: het is niet één oplossing voor één probleem. Laat ik daarmee beginnen. Je moet als maatschappij werken aan preventie. Dat is een beetje een dooddoener, maar je moet natuurlijk om te beginnen voorkomen dat iedereen zover komt dat die medicatie nodig heeft. Het kan niet zo zijn dat we zeggen: kijk maar, als het allemaal misgegaan is, dan hebben we er wel wat voor. Dat is ook niet de positie die wij innemen, en dat wil niemand. Dus preventie – en dat is echt een, ja, wat je dan mooi noemt een joint effort – dat kan niet alleen bij de overheid liggen. Dat zit bij ons allemaal. Iedereen moet daar zijn verantwoordelijkheid in nemen, en de voedingsindustrie moet daar wat mee. Dus we kunnen nog meer bedenken. Nou, dan heb je interventie, en ik denk dat daar de discussie begint: wat doen we dan, wanneer, bij wie? En met “bij wie” bedoel ik dan, vanaf welk gewicht vind je dan dat we een interventie moeten hebben? En een interventie is dan eigenlijk gewoon leefstijl en bewegen. En in Nederland kan je dat eigenlijk zelf doen. Daar gaat de discussie om: moeten we dat dan met publieke middelen betalen? En het blijkt dat, als je dat wat beter organiseert dan dat we dat nu gedaan hebben in Nederland, dat je dan veel betere resultaten hebt. We hebben nu in Nederland de Gecombineerde Leefstijl Interventie: de GLI. Dat is een programma waar je huisarts je naartoe kan sturen. Dat wordt vergoed. En dan kan je een jaar lang onder begeleiding proberen af te vallen, zonder medicatie, met leefstijl, dus bewegen en dieet.

Henk Jan Out

Maar volgens mij is dat niet zo vreselijk effectief, toch?

Sanne Groenemeijer

Nou ja, nee. Volgens mij loopt het nu twee jaar echt goed georganiseerd in de vergoeding, en de eerste signalen zijn niet heel hoopgevend. En de groep die daar dan, zeg maar, niet succesvol in is, die komt dan mogelijk in aanmerking voor een behandeling. En ik denk, in ieder geval even los van hoe succesvol die interventie is, dat dat wel de weg is die we met Nederland en de maatschappij zouden moeten gaan om daarmee de plek van die anti-obesitasmedicatie te bepalen. Het kan niet zo zijn dat iedereen dat, zeg maar, zomaar neemt binnen de vergoeding. Als mensen daarbuiten ervoor kiezen om dat op termijn als onderdeel van hun gezonde leefstijl te willen hebben, zonder dat dat vergoed wordt en het zelf willen betalen, ja, denk ik dat dat ook een weg is die we met elkaar zouden moeten kunnen bespreken in Nederland. Of zouden moeten accepteren eigenlijk. En dat gebeurt natuurlijk al op hele grote schaal, ook in Nederland. En we zien vooral, eigenlijk in alle landen om ons heen, dat het 100% zelf betaald wordt als onderdeel van een gezonde leefstijl en de keuze die mensen daarbij maken.

Henk Jan Out

Maar toch zie je vaak in de media en op die stukken van dagbladen zie je heel veel kritiek op het gebruik van geneesmiddelen voor wat dan toch gezien wordt als een welvaartsziekte.

Sanne Groenemeijer

Ja, en dat is denk ik in essentie de discussie die we in Nederland moeten hebben, voor zover dat nog lukt. Kijk, mensen maken ook eigen keuzes. En we zien dat binnen het reguliere deel van de zorg er een enorme weerstand op onderdelen zit om inderdaad medicamenteuze interventies te doen. Maar dat gold in het verleden ook voor de antidepressiva, waarvan men dacht: ga maar eens met de buurvrouw praten, dan word je misschien ook gelukkig zonder medicatie. En misschien is dat een oneigen parallel, maar het geeft een beetje aan hoe we in Nederland omgaan met de inzet van medicatie bij door mensen zelf ervaren problematiek. En we zien nu bij de obesitasmedicatie dat, als een huisarts of een specialist het niet doet, mensen hun weg vinden naar de privékliniek, waar goede dokters, in gemiddeld hele goede klinieken, gewoon ervoor kiezen om dat daar dan te krijgen, en dat dan dus zelf te betalen. En wat ik zeg, ik denk dat dat onvermijdelijk is. Als je kijkt naar de impact die het zou hebben als je iedereen het zou gaan vergoeden voor de BV Nederland, dat kan helemaal niet en dat willen we ook helemaal niet

Henk Jan Out

Dat gaat een enorme impact hebben ook op het zorgbudget als dat zou gebeuren.

Sanne Groenemeijer

Ja, en dat moet je ook helemaal niet willen, omdat dat scheidsvlak er natuurlijk heel duidelijk in zit tussen lifestyle en echt het behandelen van een chronische ziekte. Dat is heel moeilijk aan te brengen. Dus ik denk dat het extreem belangrijk is – wat op zich al heel goed gebeurt – dat je in de richtlijnen echt aangeeft, vanuit de medische invalshoek, voor wie vinden we in ieder geval, en wie zijn de meest kwetsbare patiënten, waarvan we echt vinden, op basis van de huidige inzichten, dat die lijden aan een chronische ziekte, dat daar, zeg maar, een stukje vergoede behandeling toegankelijk moet zijn. Dat moet je heel goed omschrijven. En de groep die daarbuiten ervoor kiest om dat dan te gebruiken terwijl ze niet binnen die vergoedingsvoorwaarden vallen, moet je het ook niet vervelend vinden dat die groep dat zelf betaalt.

Henk Jan Out

Denk je dat in de toekomst als die middelen goedkoper gaan worden omdat ze van het patent af zijn dat dan misschien ook de richtlijnen anders gaan worden? Dat er een grotere plaats voor die afslankmiddelen gaat komen?

Sanne Groenemeijer

Ja, dat is natuurlijk een soort Nederlandse reflex. Die zien we wel vaker. Nederland is per definitie heel voorzichtig, altijd met het toelaten van innovaties. En dat is op zich ook niet erg, want we behandelen in Nederland volgens de internationale standards of care. En nogmaals, in Nederland hebben we nu een vorm van vergoeding voor die middelen, daarmee zijn we een van de weinigen in de wereld die dat überhaupt hebben. Dat is de keerzijde. We vinden altijd wel van: we lopen achter. We zijn niet heel snel, maar we lopen zeker niet achter. En op het obesitasdossier lopen wij zelfs een beetje voor. Maar de vraag is zo groot dat iedereen ziet: hier moeten we nu echt wat mee. De vraag is wat dan? Wat ik net zeg: voor een hele specifieke groep echt vergoeden, en de andere groep moet je gewoon, vind ik, en vinden wij als Novo, gewoon accepteren dat mensen ervoor kiezen om dat zelf te betalen.

Henk Jan Out

Je kunt als bedrijf misschien ook nog beslissen om de prijs naar beneden te doen.

Sanne Groenemeijer

Ja, dat is natuurlijk onvermijdelijk, dat dat op termijn – en dat gebeurt langzaam natuurlijk steeds – natuurlijk jaarlijkse afschrijvingen en medicijnen zoals die van ons en zoals velen, die worden niet voor inflatie gecorrigeerd. Dus per definitie, binnen tien jaar, ben je al 25 tot 30 procent goedkoper. En we zien – en dat kan je ook gewoon verwachten – als de concurrentie toeneemt, de eerste jaren dat die middelen wat duurder zijn en door de tijd gewoon afgeprijsd worden. Voor ons is het nu belangrijk, omdat de vraag zo groot is. We hebben de afgelopen 2,5 à 3 jaar 26 miljard in productiefaciliteiten moeten investeren om überhaupt een begin te maken om aan die vraag te kunnen voldoen. En dat zullen we op de midden- en langetermijn toch ook graag terug willen verdienen. En dan, zeker op termijn, gaan die prijzen naar beneden. En dan zal je denken en dan zien dat het gebruik ook echt toe zal nemen, maar dan vooral ook in de private setting, omdat het dan nog toegankelijker wordt voor nog veel meer mensen.

Henk Jan Out

Wat voor prijzen hebben we het over in Nederland?

Sanne Groenemeijer

Ja, gemiddeld genomen praat je over de prijs van een kop koffie per dag, een euro of drie, vier per dag kom je op uit. Maar dat hangt een beetje af van de doseringen die je gebruikt. Hoe hoger de dosering, dan is de prijs een keertje hoger. Maar gemiddeld genomen is dat waar je mee kan rekenen. En dat is, in de optelsom gezien, het aantal, is dat heel veel. Dat begrijpen we ook heel goed. En dat is, in de optelsom gezien, het aantal, is dat heel veel. Dat begrijpen we ook heel goed. En de weg voorwaarts, wat ik net zeg – nogmaals, wat we ook in andere landen zien – is: bepaal nou een kleine groep die het echt moet hebben, en laat de rest dan, altijd onder begeleiding van een dokter, ervoor kiezen om het zelf te betalen. Dat hoeft helemaal geen probleem te zijn. Ik denk echt dat dat een goede eerste stap kan zijn om die middelen een plek te geven richting de toekomst.

Henk Jan Out

Naast je rol als general manager voor Novo Nordisk ben je ook vicevoorzitter van de Vereniging Innovatieve Geneesmiddelen. Ik neem aan, dat is een mooie combinatie, denk ik.

Nu, met al deze maatschappelijke ophef, met al die discussies over afslankmiddelen en ook gewoon het algemene farmaceutische klimaat in Nederland. Hoe zie je dat? Doen we dat in Nederland goed?

Sanne Groenemeijer

Nee, ik denk het niet.

Henk Jan Out

Wat doen we niet goed?

Sanne Groenemeijer

Ik denk dat we elkaar verloren zijn in het gesprek, in de dialoog. En de conclusie die binnen de sector ook getrokken is: we moeten met elkaar nu wel even gaan opletten. Want we zien gewoon dat de relatie met de beleidsmakers, of het ministerie… Die is gewoon niet zoals die zou moeten zijn. En dan heb ik het gewoon over een relatie waarin je elkaar vertrouwt. Waarin je elkaar vindt in het zoeken naar de oplossing, die eigenlijk gemeenschappelijk, over het algemeen zijn. En het is een beetje wij-tegen-zij geworden. En daar hebben we allemaal een aandeel in. Daar hebben we vanuit de koepel, vanuit de VIG, vanuit de leden een verantwoordelijkheid in. En die hebben we ook echt te nemen. Dat gesprek wordt ook intern echt gevoerd. Ook met het bestuur, waar ik nu vicevoorzitter van ben. We hebben een onafhankelijke voorzitter aangenomen, anders dan vroeger, om daar ook te laten zien… Om onszelf nog meer te spiegelen: doen we het goede? Ook in de communicatie naar buiten. Hoe bewegen we ons richting de beleidsmakers? Wat is de perceptie? Want het is allemaal perceptie. Het gaat allemaal om perceptie. En tegelijkertijd vragen we ook de andere kant van de tafel: je mag ook soms wel een beetje bij jezelf te rade gaan. Want het werkt voor ons ook echt niet, de manier waarop ze soms met ons omgaan.

Henk Jan Out

Wat gebeurt er dan?

Sanne Groenemeijer

Ik denk dat, als je bijvoorbeeld kijkt naar het landelijk overleg dure geneesmiddelen, wat nu heel prominent in het nieuws is… De dure geneesmiddelen. Ik praat liever over waardevolle geneesmiddelen dan dure. In dat overleg zit iedereen die betrokken is bij die zorg aan tafel. Maar wij zijn niet uitgenodigd. Dat is vreemd. Dat is gewoon raar. Eigenlijk… Dat moet niet kunnen, zeg ik met enige verbazing.

Henk Jan Out

Dat is een overheidsinstelling.

Sanne Groenemeijer

Ja, daar zit het ziekenhuis in. Er zit oncologie in. Er zit ZIN in. Iedereen die bij de toelating en het gebruik van die middelen betrokken is, en bij de financiering van die middelen, zit daar aan tafel om te bespreken: hoe gaan we dat oplossen? Maar wij niet. Dan beginnen we – nogmaals – echt bij onszelf: wat hebben wij nou laten liggen, zodat we daar niet zijn?

En aan de andere kant vragen we nog steeds, en blijven we die oproep doen: “Misschien mogen jullie ook kijken, waarom is dit? En is dat een reëel standpunt dat jullie innemen?”

Want er worden ook heel vaak beleidsvoornemens gedaan, of zelfs besluiten genomen, die soms helemaal niet kunnen. Of die dusdanig schadelijk zijn aan onze kant, dat we zeggen: “Ja, daar kunnen we de toekomst van onze industrie in Nederland niet eens mee garanderen.” En dat komt vaak omdat het gesprek er niet is. We hebben wel gemerkt dat, als het ons wél lukt om met elkaar aan tafel te zitten op andere dossiers, we niet per se het beleidsvoornemen hoeven af te vallen. Want meestal zijn we het wel met elkaar eens dat het misschien op onderdelen anders moet, of zelfs goedkoper moet. Maar de manier waarop we daar komen, die kan soms anders. En die bereik je veel beter door dat in overleg met ons te doen. We kunnen je ook uitleggen: “Houd er rekening mee, wij zijn globaal opererende bedrijven.” En in Nederland zijn we toch soms een beetje geneigd om ons in het centrum van de wereld te plaatsen. En dat lukt ons niet. Ook al zouden we wel willen, we kunnen niet altijd meebewegen. Omdat anders onze internationale belangen daar indirect door geschaad worden. En dat trekt Nederland toch wel vaak aan het kortste eind. Dus de dialoog is belangrijk om tot een oplossing te komen waar we het eigenlijk allemaal wel over eens zijn. Nogmaals, alleen de weg daar naartoe is vaak bepalend.

Henk Jan Out

Maar hoe komt dat? Dat je daar dan toch uitgesloten wordt van dat soort overlevingen? Dat is toch een sentiment in Nederland?

Sanne Groenemeijer

Ja, dat is natuurlijk al heel lang aan de gang. Jij hebt natuurlijk ook een lange historie. Ik werk ook al 25 jaar in Nederland in de industrie. En dat is om heel veel redenen zo gegaan. In het verleden zijn dingen aan de kant van de industrie niet goed gegaan. Dat zijn meestal wel incidenten, maar die heb je in elke sector, denk ik. Die worden nog steeds als voorbeeld gebruikt. Van zie je wel, de big bad pharma. Ja, dat is al lang niet meer zo. De leden van de VIG hebben een gedragscode waar we ons aan houden. Waar we elkaar aan houden. Wat we serieus nemen. En toch hoeft er maar één dingetje scheef te staan. Dan wordt er de hele industrie… Recent was er een voorbeeld. Ik ga het bedrijf hier niet noemen. Wat ook weer Wat de veroordeling aan zijn broek kreeg. En dan worden we gebeld als VIG. En dan kunnen we gewoon zeggen, die is geen lid. Het is geen lidbedrijf, maar het is meteen weer de industrie. Nou dat vind ik een voorbeeld dat het wordt…

Henk Jan Out

In Medisch Contact stond een stukje van Marcel Canois en De Herder: “Daar was de rechter, geeft pharma ervan langs.” Dat was niet zijn titel, dat werd door Medisch Contact zelf erboven gezet. Dus ja, dat laten we meteen maar framen, alsof de hele industrie hier ervan langs kreeg. Wat natuurlijk onzinnig was.

Sanne Groenemeijer

Ja, dus het vraagt een iets genuanceerdere discussie. Laat ik het zo samenvatten. En tegelijkertijd moet je je dan ook afvragen: hoe komt het dat die nuance niet gezien wordt? Misschien moeten wij in onze communicatie… Moeten we het beter laten zien. Dat is een beetje het spel waar we nu in zitten. Dus er is veel onderzoek vanuit onszelf gedaan de laatste twee jaar. Hoe komt het nou zo? En we beginnen bij onszelf. We kunnen alleen onze eigen manier van opereren in de wereld veranderen. Daar zijn we nog vol mee bezig, met alle leden. En ik ook met het bestuur. En we zien op kleine onderdelen dat de andere kant van de tafel ook wel denkt: “Ja, oké, misschien laten we het dan maar proberen.” En ik denk dat het belangrijkste verschil met een paar jaar terug is, dat we gewoon heel eerlijk ook wel de neiging hebben gehad – als er een beleidsvoornemen was – dat we er dan invlogen en zeiden: “Jullie snappen het niet. Het is een slecht voornemen.” Maar als je heel eerlijk bent, is het niet aan ons om een politiek besluit te bekritiseren. Dat is de politiek die daarover gaat. Wat wij wél moeten doen – en beter moeten doen – is de impact van zo’n besluit duiden. En wat dat dan gaat betekenen op de korte of soms op de lange termijn. Zodat politici een wat meer gewogen besluit kunnen nemen. We hebben ook voorbeelden dat dat heel goed heeft gewerkt voor beide partijen. En dat er gewoon een beter besluit is genomen, waarbij hetzelfde bereikt is en de schade beperkt was in het algemeen. Niet alleen voor ons, maar ook voor Nederland.

Henk Jan Out

Even over jezelf. Ik zei het in het begin al, je bent begonnen als artsenbezoeker. Maar daarvoor was je IC-verpleegkundige. Hoe ben je zo terechtgekomen bij de farmaceutische industrie?

Sanne Groenemeijer

Ja, dat is een persoonlijk verhaal. Ik had als jong mens één ambitie. Ik ben opgeleid in het AMC als A-verpleegkundige. Toen IC. En ik wilde altijd op de ambulance werken in Amsterdam. Ik woonde op het Weesperplein, boven de GGD. En die reden letterlijk onder mijn raam de hele dag weg. En ik dacht: dat wil ik gewoon. En daar ben ik toen voor gegaan. En ik was bijna zover. Want je moest dan al die aantekeningen hebben: IC en dan ambulance.

En ik kreeg ook weleens mee in de kaart van de opleiding die ik toen nog in de VU deed.

Op een dag voelde ik me echt heel slecht. En ik viel heel veel af. En ik was eigenlijk ziek. En ik dacht het ergste. Want als je heel moe bent en je verliest heel veel gewicht in korte tijd, kan het ook het allerergste scenario zijn. En daar was ik een beetje bang voor. En toen bleek ik op mijn 28e type 1-diabetes te hebben. En het werk in de zorg is groots en meeslepend. En vooral erg onregelmatig. En toen dacht ik: dat gaat niet helpen om het ritme te vinden wat ik toch nodig heb met deze aandoening. Zeker in die jaren had je niet de technische ondersteuning die we nu wel hebben. Ik heb nu inmiddels een pomp en een sensor en al die dingen. Toen dacht ik, ja, iemand had ooit tegen me gezegd: je praat wel goed. Ik denk: ik weet best veel, ik ben paramedisch opgeleid, om het zo te zeggen. Ik zag een advertentie in de krant staan: artsenbezoekers gevraagd. Ik dacht: dan ga ik dat gewoon doen. En 13 jaar later was ik general manager bij Novo Nordisk. Dat is een hele rare, aparte weg. Ik zeg altijd: mijn aandoening, of mijn ziekte zoals je wil, heeft me tot nu toe meer gebracht dan het me gekost heeft.

Henk Jan Out

Maar is het niet zonder toeval dat je zelf als diabeticus ook uiteindelijk bij een bedrijf terecht gekomen bent dat medicatie maakt tegen diabetes?

Sanne Groenemeijer

Ja, eigenlijk wel. Want ik werd gehunt zonder dat ze het wisten. Ik werd aangenomen als commercieel directeur bij Novartis. Ik werkte daarvoor bij Teva in Haarlem, en daar was ik ook salesdirecteur. En toen werd ik door Novo Nordisk. En ik dacht zelf: dat zou wel leuk zijn natuurlijk, want ik gebruikte de insuline van Novo Nordisk en nog steeds natuurlokl. Toen zei de toenmalige general manager tegen mij: “Wat heb je eigenlijk met diabetes?” En toen zei ik: “Nou ja, jullie houden me de laatste twaalf jaar al in leven, dus ik heb er wel een gevoel bij.” En dat hielp enorm om aangenomen te worden natuurlijk. En het heeft me altijd geholpen om het belang, het gewicht van wat we aanbieden, te duiden. Ik krijg vaak de vraag: “Is het dan niet lastig om de hele dag met je ziekte bezig te zijn?” Maar als type 1 ben je dat toch al. Dus dat voegt niet zoveel toe, en het doet er ook niet zoveel aan af. Het heeft me – nogmaals – geholpen. Ik doe het altijd wel met een oprechte passie. Dat wel.

Henk Jan Out

Heeft dat ook de manier waarop je business doet beïnvloed?

Sanne Groenemeijer

Ja en nee. Ik denk vanuit de overtuiging dat innovaties voor bepaalde groepen echt belangrijk zijn. Ik heb altijd enigszins gekscherend gezegd: van alle innovaties op insulinegebied zijn er niet zo heel veel de laatste 20 jaar geweest. Maar degene die we gebracht hebben, daar was ik altijd patient zero. Tot de dag dat we het hadden, was ik de eerste die het mee naar huis nam. Ik zorgde natuurlijk keurig dat ik een recept van mijn dokter had en zo, maar ik was wel altijd de eerste. En daar heb ik ook geleerd dat sommige dingen echt een verschil maken als je eraan lijdt. Want het zijn hele vervelende aandoeningen. Zeker type 1-diabetes is enorm ingrijpend en elke kleine innovatie is een enorme stap om je leven beter in te richten en ook gezonder te blijven. Die overtuiging heb ik altijd extra gehad, denk ik. Die innovatie is essentieel voor heel veel mensen. En als je die breder trekt, dan voel ik dat echt. Het is niet een businessmodelletje van: leuk, dan doe je er een beetje bij en dan kan je er meer voor vragen. Daar word ik soms oprecht boos van. Dat wel. Maar dat is het verschil, denk ik.

Henk Jan Out

Je bent natuurlijk heel succesvol nu met Novo Nordisk. Wat voor ambitie heb je nog in de toekomst?

Sanne Groenemeijer

Waar we nu staan met het bedrijf, met de producten… We staan eigenlijk aan de vooravond van een enorme, noem het maar, implementatie van een nieuw ziektebeeld. Dan zeg ik het misschien heel raar. Ik denk dat obesitas, als we dat weten te tackelen als maatschappij, dat we dab de wereld echt veel gezonder gaan maken. En de ambitie die ik mezelf en ook mijn collega’s opleg, is dat we die agenda gaan leiden en gaan drijven. En daarbij mik ik niet alleen op onze medicatie, want het is echt vanuit de kennis, de inzichten en de netwerken die we hebben vanuit onze globale netwerken, dat we in Nederland laten zien: het moet echt beter op preventie, op interventie en waar nodig die medicatie. Maar daar hebben we het net al even over gehad. Een van de dingen waar ik me echt misschien wel aan erger – en dat is een beetje moeilijk – is dat er soms politiek gevraagd wordt of ik nou hier of waar dan ook moet ageren tegen bijvoorbeeld de voedselindustrie. Wat ik daarvan vind. Ik heb politici die tegen mij zeggen: “Allemaal leuk, maar je hebt vast een 1-2’tje met de voedselindustrie. Zij verkopen iets heel ongezonds en jij wordt er beter van.” En dat mag je vragen, en daar krijg je dan ook geen antwoord op, want dat is duidelijk. Natuurlijk doen we dat niet. Maar wat ik wel zie, is dat er een aantal hoogleraren zijn die dat ook mooi zeggen: “Waarom maak je je in Den Haag niet druk over Coca-Cola, die ertoe leidt dat al die medicijnen gebruikt moeten worden, terwijl je ons dan afvakkelt dat wij er een beetje geld mee verdienen?” Of veel geld mee verdienen, laat ik daar ook eerlijk over zijn. Laten we het daar dan ook over hebben. En als ik dan bijvoorbeeld kijk naar de supermarkt en ik hoor van Lisbeth van Rossem – die is natuurlijk echt een voorvechter van die discussie – die dan ook vertelt, of ook een voorbeeld geeft en zegt, dat mensen gewoon denken dat paprikachips gezond is omdat er groente in zit, dan moeten we in ieder geval concluderen dat we nog heel veel te doen hebben op dat deel van onze gezondheid. En de Nutri-scores, dat is een persoonlijk ding, dat je een zak chips hebt met Nutri-score A, omdat die gewoon het minst ongezond is.

Henk Jan Out

Beetje bizar, hè?

Sanne Groenemeijer

Ja, nou, dat. En met het voorbeeld dat ik je nou net geef, dan help je mensen niet de juiste keuze te maken. Dus daar moeten we echt veel meer aan doen. En dat is een van de dingen die ik mezelf wel heb opgelegd, om je vraag te beantwoorden, om dat gewoon wat luider te zeggen. Op de interventie zien we dat het nog in de kinderschoenen staat. De gecombineerde leefstijlinterventie is echt nog… Het staat ook echt in de kinderschoenen. Terwijl dat een hele mooie oplossing is om begeleid af te vallen…

Henk Jan Out

Maar, sorry ik interumpeer. Word je daarin serieus genomen in die ambitie omdat ze jou toch zullen zien als de producent van die pillen?

Sanne Groenemeijer

Ja, of juist wel. Want mensen zeggen wel eens: Ja, maar dan ben je eigenlijk je eigen markt aan het verkloten,” sorry voor mijn taalgebruik. En dat is precies wat Liesbeth altijd zegt: we moeten zorgen dat het pad…

Henk Jan Out

Even toelichten wie zij is…

Sanne Groenemeijer

Ja, Liesbeth van Rossum, haar analogie… De hoogleraar Obesitas aan het Erasmus. En ik gebruik even haar voorbeeld, want ik vind dat een sprekend voorbeeld. Als we het willen tackelen, moeten we zorgen dat de kraan van het bad dichtgaat. Het bad zit vol. Nou, die kraan kan je dichtgooien met preventie en een stuk interventie. Maar het bad moet ook leeg. En daar hebben we mogelijk, en op onderdelen, medicatie op zijn plek. Daarom gebruik ik haar analogie graag, omdat die echt klopt. En ik zie voor ons als bedrijf ook een rol om juist in die andere twee boxjes, preventie en interventie, een rol te spelen. Dat doen we ook. We hebben een globaal initiatief, Cities for Better Health, waarbij we een  globaal netwerk hebben die we bij gemeenten en steden aanbieden, om zeg maar in te pluggen op ons netwerk om oplossingen, zeg maar, gezondheidsprojecten te ondersteunen. In Nederland hebben we Bas van de Goor, een van de grootste wandelbewegingen in Nederland, waar tienduizenden mensen per jaar begeleid aan meedoen. Dat financieren we al 15 jaar. En we hebben nog wel veel meer, maar deze is heel bekend. Waarin we, noem het maar, een beetje de grassroots proberen te vinden en te financieren. Op het moment dat gebleken is dat het effectief is, zien we dat VWS er vaak ook wel instapt en het duurzaam gaat financieren, en dan kunnen wij eruit. Dus als je die rol, van zowel preventie als interventie, probeert in te vullen, is daarmee ook weer een antwoord op jouw vraag. Ook de inzet van medicatie is dan misschien wel meer gelegitimeerd. En dat laat zien dat we dat ook echt zo zien. Dat is een verantwoordelijkheid die we heel serieus nemen.

Henk Jan Out

Dankjewel Sanne voor een leuk gesprek. Boeiend. En veel succes bij Novo Nordisk. Blijf je er nog 15 jaar?

Sanne Groenemeijer

Dat hoop ik niet. Ik ben 54. Maar ik hoop er zeker nog een aantal jaren te werken. En vooral de laatste, de ambitie wat we net over hadden, die nog voor een deel waar te kunnen maken.

Henk Jan Out

Ik wens je er alle succes bij. Dank voor het komen hier naar ons. En u thuis, waar u ook bent, dank voor het luisteren. En graag tot de volgende keer. Dag.

Dit was Leaders in Life Sciences, dankjewel voor het luisteren. Vond je iets van deze aflevering? Wij ontvangen graag jouw feedback. Wat houdt bijvoorbeeld jou bezig en over wie wil je meer horen? Laat het weten via een Apple of een Google review of stuur een berichtje via social media of natuurlijk gewoon per mail. Onze waardering is groot. Tot slot, nog dank aan onze partners. Dat zijn Pivot ParkPedersen & Partners en Johnson & Johnson Innovative Medicine.