#24: Hans Schikan (transcriptie)

Dit is Leaders in Life Sciences, een podcast waarin we op zoek gaan naar het verhaal achter de mens. We praten met leiders van nu en later over wat hun drijft, hun carrière en privéleven. Want door naar elkaar te luisteren komen we als individu en als sector verder. We willen onze partners hartelijk bedanken voor hun steun, dat zijn Pivot Park, Pedersen & Partners, Johnson & Johnson The Netherlands, Axon Lawyers en Scribes fiscalisten. Te gast in deze aflevering, Hans Schikan. Uw host is Henk Jan Out.

Henk Jan Out: Beste mensen, hartelijk welkom bij een nieuwe aflevering van de podcast Leaders in life sciences. De eerste die ik als host mag modereren nadat André van der Zanden dat vanaf het begin ongeveer 23 keer deed. Hartelijk dank daarvoor André. Ik hoop een waardig opvolger van je te worden.

Ik heb in ieder geval veel zin in. We gaan meteen naar onze gast van vandaag en ik denk dat hij weinig introductie behoeft voor mensen die in de life science-sector werken hier in Nederland. Hij is opgeleid als apotheker aan de Universiteit van Utrecht. Begon zijn carrière bij Organon in 1986. Hij vervulde daar diverse rollen, onder meer als marketing- en sales director in Thailand en general manager in Finland en in Nederland. Hij vertrok in 2004 om bij Genzyme te gaan werken, ook daar in diverse functies. Waaronder uiteindelijk vice president voor global marketing en strategy voor Genzyme geneesmiddelen voor zeldzame ziekten.

In 2009 ging hij weg met Genzyme en werd hij CEO bij het jonge, Leidse biotechbedrijf Prosensa. Prosensa richtte zich op de ontwikkeling van nieuwe geneesmiddelen voor onder andere de ziekte van Duchenne.

Onder zijn leiding ging het bedrijf een samenwerking aan met GSK en kreeg het in 2013 een beursnotering aan de Amerikaanse Nasdaq. In 2013 werd het bedrijf geïntegreerd door de Amerikaanse Nasdaq. In 2015 werd Prosensa overgenomen door BioMaren.

Hij is mede oprichter van Farvaris, dat sinds 2021 ook aan de Nasdaq is beursgenoteerd. En nu is hij eigenlijk vooral actief in de raden van commissarissen. Ik telde op LinkedIn zo’n stuk of tien van dat soort commissariaten, maar ik kan me vergissen. En verder is er denk ik ook de moeite waard te vermelden dat hij op verzoek van de minister van VWS in de tijd, tijdens de coronaperiode als special envoy optrad om te kijken naar de mogelijkheden, om de productie van de coronavaccins in Nederland te versnellen.

Ten slotte is hij ook nog lid van het Topteam van de Topsector life science and Health. Hij helpt in een tweetal venture capital bedrijven bij hun investeringen en adviseert die verschillende start-ups.

In zijn vrije tijd, voor zover er nog sprake van is, houdt hij van tennis, zeilen en hiking. Nou, u raadt het al, onze gast van vandaag is dus Hans Schikan.

Hans, van harte welkom, ontzettend leuk dat je hier bent.

Ja, het is een indrukwekkend lijst met functies van de tijd, en ook nu heel erg veel. Dus heb je moeite met nee zeggen of heb je gewoon te veel tijd over?

Hans Schikan: Nou, op de eerste plaats ontzettend leuk hierbij te zijn, Henk Jan. Ik heb veel van de podcast van André gehoord en ik vond het altijd erg leuk om te luisteren naar de mens achter de life sciences-persoon. Dus erg leuk.

Nou, even over die hoeveelheid en functies, het zijn trouwens geen tien commissariaten hoor, het zijn er maar vijf, maar daarnaast inderdaad ook hier en daar wat adviesfuncties en andere dingen. Op jouw vraag: ‘heb ik moeite om nee te zeggen?’ Nee, ik denk het niet nee, maar ik haal zoveel inspiratie en passie uit de sector waarin ik actief ben, dat ik ook heel graag een bijdrage wil leveren aan het succes van anderen. Dus dat is de voornaamste drijfveer. Uiteindelijk zaken voor elkaar kunnen krijgen, bedrijven helpen bouwen… Die uiteindelijk ook impact op de maatschappij, de economie en vooral de patiënt kunnen hebben.

Henk Jan Out: Maar als het zoveel is, heb je dan nog het gevoel dat je voldoende tijd kunt besteden aan elke van die initiatieven?

Hans Schikan: Absoluut ja, zeker. Op het moment dat ik board-rollen bijvoorbeeld door elkaar zou gaan halen en ik niet meer zou weten welke assets in ontwikkeling zijn bij een bedrijf waar ik dan een boardmeeting voor heb, dan zou het niet goed zijn. Maar dat is nog zeker niet het geval. En ik zou ook willen zeggen dat juist door de hoeveelheid van activiteiten, er ook een combinatie mogelijk is.

Je merkt op een bepaald moment dat netwerken steeds uitgebreider worden, dat je mensen in bedrijf A kunt helpen met de contacten in bedrijf B. En daardoor is het ook heel efficiënt werken als je een aantal rollen tegelijkertijd bekleedt.

Henk Jan Out: Ja, als je zo terugkijkt dan zou je vier periodes kunnen onderscheiden. Organon natuurlijk… Het is opvallend trouwens, hoeveel van die gasten die hier in de podcast geweest zijn, allemaal begonnen zijn bij Organon. Inclusief ikzelf, trouwens. Dus Organon begonnen, daarna Genzyme en dan Prosensa en, ja, vervolgens alles wat daarna kwam. Laten we dat kort eens doornemen om te kijken wat je daarover kunt zeggen. Eerste plaats Organon. Ja wat ik al zei, daar beginnen een hoop carrières van mensen in de life science sector hier in Nederland. Wat bracht je om daar te beginnen?

Hans Schikan: Wat je al aangaf bij de inleiding Henk-Jan: Ik ben afgestudeerd als apotheker in Utrecht. En wat veel apothekers na een opleiding doen, is apotheker worden in een openbare apotheek.

Henk Jan Out: Maar daar had je geen zin in?

Hans Schikan: Ik had stagegelopen in Vianen en de apotheker daar, die zei: ‘Hans als jij nou tijdens de vakantie van mij komt waarnemen hier, dan kun je na de vakantie en na je afstuderen hier tweede apotheker worden en dan kun je hier over een paar jaar de apotheek overnemen wellicht.’

Tegelijkertijd kreeg ik toen een telefoontje van Organon. Die zeiden: ‘Hans, ben je ooit in Tokio geweest? Heb jij ooit sushi in Japan gegeten?’ Nou, punt 1, had ik nog nooit sushi gegeten in die tijd en ik was ook nog nooit in Japan geweest en dat was de motivatie om toen te gaan solliciteren bij Organon, en men heeft woord gehouden. Ik was een paar maanden later voor de eerste keer in Japan en heb toen een tijd lang me gefocust op samenwerking tussen Organon en Japanse bedrijven om te kijken of daar samenwerking voor elkaar zou kunnen komen. Erg leuke periode.

Henk Jan Out: Ja, en ook sindsdien heel erg veel van sushi gaan houden begrijp ik.

Hans Schikan: Zeker, ook ja. Vooral de Japanse sushi.

Henk Jan Out: Ja, behalve Japanse sushi?

Hans Schikan: Nee, zeker de Japanse sushi!

Henk Jan Out: Zeker de Japanse sushi, ik wou net zeggen. Die zijn natuurlijk het lekkerste. Ja en begonnen ze al in Thailand of eerst?

Hans Schikan: Nee, nee, nee, dat was bij hoofdkantoor van Organon. Eigenlijk op dit terrein waar ook…

Henk Jan Out: Een licentieafdeling, hè?

Hans Schikan: Licentieafdeling inderdaad. Ik werd daar licensing manager. Ik had nog geen flauw benul wat het precies was. Maar al snel werd het duidelijk. Vandaag de dag zou je dat business development noemen. Kijken of er inderdaad samenwerking gerealiseerd kan worden tussen, in dit geval, Organon en bij focus dan Japanse bedrijven. Zouden wij bijvoorbeeld licenties kunnen geven aan Japanse bedrijven of omgekeerd?

Dat heb ik toen een aantal jaar gedaan. En toen uiteindelijk hoofd geworden van die afdeling. Maar pas nadat men eerst mij drie maanden naar Tokio had gestuurd om daar een cursus te volgen over hoe wij zouden kunnen leren van de Japanners, en met name hun management technieken en het geheim, toen nog, achter het Japanse succes.

Henk Jan Out: En daar ben je ook achter gekomen, hoe Japanners managen? Want ik vind dat altijd… Ik heb ook een poosje aan de Japanse verantwoordelijkheid gehad, maar ik vond het altijd een zeer groot complex probleem hoe je Japanners moest aansturen.

Hans Schikan: Ja, ja, dat ben ik wel met je eens inderdaad. Het was behoorlijk complex allemaal. Maar als ik het in één zin zou moeten samenvatten, dan leek het heel veel op je medewerkers het gevoel geven – en soms ook echt dat doen – dat ze erbij horen. Dat ze hun mening mogen uiten. Dat ze met ideeën mogen komen. Small quality circles. Continuë verbetering. Het Kaizen principe. Continuë innovatie. Dus als je je medewerkers het gevoel geeft dat hun mening telt; dat is wel een belangrijke component in het Japanse denken van management. In die tijd overigens, moet ik zeggen…

Henk Jan Out: En toen Thailand dus?

Hans Schikan: Ja, toen zijn we in 1994 uitgezonden naar Thailand, naar Bangkok. Dat was om kennis te maken met hoe het lokaal er aan toe gaat bij een groot bedrijf als Organon. En we hadden toen net ons eerste kind. Ons zoontje van zes maanden. Dus we gingen met z’n drieën naar Bangkok toe. En hebben daar een drietal prachtige jaren door gemaakt. Onze dochter is ook daar geboren. En daar werd ik toen marketing- en sales manager van Organon Thailand.

Henk Jan Out: En is dat goed bevallen?

Hans Schikan: Ja, prachtige tijd. Prachtige tijd. Niet alleen dat Thailand ontzettend vriendelijke mensen kent. Heerlijk eten. Prachtige omgeving. Maar ook de uitdagingen van het bedrijf zelf. Dat je toch als enige expat in een Thaise organisatie zit. Je was daar de enige buitenlander op dat moment. Ontzettend veel van geleerd. Maar ook heel veel inspiratie opgedaan. Prachtige tijd. Ja, in veel opzichten.

Henk Jan Out: En toen, zoals dat toentertijd bij Organon ging, elke drie jaar dan kreeg je die hele carousel van general managers die van het ene land naar het andere land gingen. En toen ben je naar Finland gegaan?

Hans Schikan: Ja, toen kwam nog even de opportunity langs om naar India te gaan. Om in India general manager te worden. Prachtige opportunity natuurlijk, maar we kwamen net uit Bangkok en mijn vrouw komt uit Zweden. Dus dan was Finland wel mooi naast de deur. En toen hebben we uiteindelijk gekozen voor Helsinki en ook bijna drie jaar daar gezeten.

Henk Jan Out: Ja, en uiteindelijk in Nederland weer terecht te komen…

Hans Schikan: Ja, en toen algemeen directeur in Nederland geworden. Ook een prachtige periode. Spannende periode. Introductie van de Nuva Ring, van Implanon. De pilcrisis speelde op dat moment ook. Dus een hele boeiende periode.

Henk Jan Out: Heb je nou het gevoel dat je in die ervaringen bij Organon in die landen… Hoeveel heb je daaraan gehad in de rest van je carrière? Heeft dat je gevormd?

Hans Schikan: Ik denk het wel, ja. Je leert, of… Ik heb zeker geleerd om om te gaan met mensen uit allerlei verschillende achtergronden, andere culturen. En ja, dat heeft je gevormd. Zeker. Maar ook je gevoel van flexibiliteit. Dat je ergens zomaar gedropt kunt worden in een land en dan toch weer een nieuwe vriendenkring moet gaan opbouwen. Je nieuwe sociale contacten moet gaan onderhouden. Dus, het is echt wel vormend geweest. In meerdere opzichten.

Henk Jan Out: Goed, ja, weer terug in Nederland. Als je dan zo lang in het buitenland gezeten hebt, dan is het ook weer even een kwestie van wennen denk ik? Als je dan weer in je geboorteland terug bent. Lukte dat goed?

Hans Schikan: Eigenlijk best wel. Ik moet wel zeggen: je gaat Nederland steeds meer waarderen als je in het buitenland zit. Je gaat dan meer lezen over Nederland. Je gaat je eigen land veel meer waarderen. Moet ik wel erbij aantekenen: tijdens mijn opleiding heb ik ook een jaar in Zweden [gezeten]. Dus ik had al die ervaring om buiten de grenzen van Nederland te verblijven. Maar, het was heerlijk om ook weer terug te komen in Nederland. En gewoon Nederlands te kunnen praten. Want ik heb wel een beetje Thaï geleerd, maar veel te weinig, en het Fins ging me ook niet zo goed af. Dus het was weer lekker om gewoon in de supermarkt Nederlands om je heen te horen.

Henk Jan Out: Maar goed, terug weer in Nederland. Poosje Organon Nederland gedaan. Maar toch ging het weer kriebelen, begrijp ik…

Hans Schikan: Ja, op een bepaald moment, ik was toen voorzitter van Nefarma… Tegenwoordig heet dat de VIG, de Vereniging Innovatieve Geneesmiddelen. Het was toen Nefarma. En het was eigenlijk, als je algemeen directeur was van Organon in Nederland, was het voor de hand liggend dat je ook dan bij Nefarma een belangrijke rol speelde. Dus ik was daar voorzitter van. En in die periode kwam toen iemand van Genzyme, ik had eigenlijk nog nauwelijks van dat bedrijf gehoord, die kwam naar me toe en die zei: ‘Hans, je hebt wat contacten met die Nederlandse overheid. Wij staan aan de vooravond om een relatief hooggeprijsd geneesmiddel te gaan introduceren. Zouden we van jou wat contacten mogen hebben met de Nederlandse beleidsmakers om te kijken hoe we dat bij patiënten zouden kunnen laten landen?’ Nou, ik heb toen een aantal mensen aan de hand gedaan. Toen kwam ‘ie een paar maanden later terug en zei hij: ‘Zou jij niet onze nieuwe man in Nederland willen worden om deze geneesmiddelen straks daadwerkelijk bij patiënten te laten landen?’ En die stap heb ik toen genomen.

Genzyme was een heel snel groeiend bedrijf. Er stond een Nederlander aan het hoofd toen: Henry Termeer. En dat is iemand die wel heel veel inspiratie heeft opgeleverd. Ook voor mij. Ook in de fases daarna.

Henk Jan Out: Want dat is natuurlijk wel een heel andere tak van sport, als ik het zo mag omschrijven. De weesgeneesmiddelen. Want dat ging om mensen met welke ziekte?

Hans Schikan: Bij Genzyme ging het over mensen met zeldzame aandoeningen, zoals de ziekte van Gaucher of de ziekte van Fabry of MPF1.

Henk Jan Out: Waarvan je er maar enkele tientallen hebt in Nederland…

Hans Schikan: Ja, heel weinig patiënten. Zogenaamde lysosomale stapelings aandoeningen. En ik kan me nog goed herinneren, ik begon bij Genzyme, en toenmalige hoofd van de R&D-afdeling – in Naarden was dat – die zei, Italiaan Carlo Enchetti: ‘Hans, you will notice the difference. Genzyme is a biotech company. Organon is a pharma company.’ En ik dacht, dat kan toch niet? Wat bedoelt hij daarmee? Hij zegt: ‘Wij zijn echt patient focused. En dat zul je wel merken.’

Nou, bij Organon waren we ook behoorlijk patient focused. Maar ik heb niet gerealiseerd wat voor een betekenis daarachter zat. Want een paar weken later was ik bij het zeldzame ziektebijeenkomst in Utrecht. En toen stelde ik een vraag. Ik stelde me voor, Hans Schikan, Genzyme… En toen kwam de pauze een jonge vrouw in een grote rolstoel naar me toe rijden, en die zei: ‘Ah, jij bent de nieuwe man van Genzyme in Nederland. Dan moet jij binnenkort een keer langskomen in Varsenveld en dan ga ik jou alles vertellen wat je moet weten over mijn zeldzame ziekte. De Ziekte van Pompe.’ Waar Genzyme aan een geneesmiddel voor werkte.

Toen dacht ik eerst: mag ik wel rechtstreeks met patiënten praten? Ik heb het wel gedaan. Ik ben toen naar Varsenveld gegaan. En ook dat was een van de meest inspirerende gebeurtenissen in mijn carrière. Om van een patiënt direct te horen waarom wij met man en macht moeten werken aan een nieuw geneesmiddel.

Henk Jan Out: Daar ontbreekt het misschien ook wel aan bij een hoop farmaceutische bedrijven. Dat ze onvoldoende naar die patiëntgeluiden horen. Denk je?

Hans Schikan: Het gebeurt wel steeds meer denk ik op dit moment. Bij elk bedrijf op dit moment is patient focus, patient centricity…

Henk Jan Out: Een beetje modieus ook, vind je niet?

Hans Schikan: Klinkt modieus, maar ook bij heel veel bedrijven hoor ik dat ze wel degelijk ook patiënten uitnodigen, of ouders van patiënten uitnodigen om hun verhaal te doen. Maar bij Genzyme was het echt zo dicht bij de patiënt zoals ik het nooit eerder had gezien eigenlijk. En ik denk dat het essentieel is. Niet alleen als bron van kennis over het ziektebeeld, maar ook over het… Hoe voelt het om aan een trial, aan een klinisch onderzoek deel te nemen? Waar moet je op letten? Hoe kun je de burden of disease, maar ook de burden of the trial, zoveel mogelijk verminderen? Maar ook als bron van inspiratie; om elke dag weer opnieuw je bed uit te stappen met het gevoel: ik moet en zal snel mogelijk – uiteraard met alle inachtneming van kwaliteit en safety en onderzoek – zo snel mogelijk trachten om dit geneesmiddel bij patiënten te laten landen.

Henk Jan Out: En dat hele directe contact tussen patiënten en farmaceut, dat schuurde niet? Want je noemde het net al even; dat is toch een beetje moeilijk terrein…

Hans Schikan: Het is een balans inderdaad. Op het moment dat de authenticiteit hierbij afwezig is, en het wordt  zeg maar een modieus woord of je gaat het misbruiken – bijvoorbeeld door patiënten websites, daar invloed uit te gaan oefenen… Dat is uit een boze. Dat moet niet. Maar om te luisteren naar een patiënt, om de patiënt te betrekken ook bij geneesmiddelonderzoek… Dat is essentieel.

Henk Jan Out: Ja, dus, bij Genzyme dus heel veel ervaring met patiënten en zeldzame ziekten… Is dat ook de reden dat je uiteindelijk weggegaan bent daar, en bij een ander bedrijf bent begonnen die zich ook specialiseerde op weesziekte?

Hans Schikan: Genzyme was een pracht van het bedrijf. Ik heb daar een hele mooie periode meegemaakt. Ook drie verschillende rollen gehad. Maar op een bepaald moment werd ik benaderd door een headhunter, en die vroeg van: ‘Hans, jij weet iets van zeldzame aandoeningen af. Zou jij eventueel CEO willen worden van een jong groeiend biotech bedrijf in Leiden – Prosensa?’ En toen ben ik uiteraard gaan kijken wat Prosensa allemaal deed. Ziekte van Duchenne, Myotonodistrofie, Huntingtons… Ik dacht: nou dat is wel een prachtige opportunity om nou zelf een keer aan het roer te staan. Niet de eerste stuurman op een heel groot schip, maar zelf als kaptein op een klein biotech bedrijfsschip. Dat heb ik toen gedaan, nooit spijt van gehad.

Henk Jan Out: Dat was een spin-off van de Leidsche Universiteit geloof ik, hè?

Hans Schikan: Nou, niet echt een spin-off. Prosensa, opgericht door een drietal mensen, had een licentie gekregen van de Leidsche Universiteit, het LUMC, rondom een nieuwe technologie: Exon Skipping. Een soort genetische therapie, zou je kunnen zeggen, die erop gericht was om Duchenne jongens – het zijn doorgaans jongens die deze ziekte hebben, een ernstige spierziekte – om die te helpen met deze technologie. En dat was een pracht van het bedrijf. Prachtige tijd meegemaakt daar.

Henk Jan Out: Dus daar kreeg je de kans om het bedrijf helemaal op te bouwen, financierders ook binnen te halen, denk ik?

Hans Schikan: Het bedrijf was al enigszins gefinancierd, maar toen in 2008 wederom een grote ronde werd gedaan – in die tijd grote ronde, vandaag de dag zou je zeggen: ‘dat was peanuts’, maar vandaag de dag zijn de rondes vele malen groter – maar de toenmalige investeerders wilden dus graag iemand aan boord hebben die met zeldzame ziekte ervaring binnenkwam. Dat werd ik dus. Toen hebben we in 2009  een samenwerking met GlaxoSmithKline kunnen sluiten.

Henk Jan Out: Want die zag het wel zitten?

Hans Schikan: Ja, die hadden eigenlijk helemaal geen ervaring in zeldzame aandoening. Maar het was wel een gebied waar ook grote farmabedrijven steeds meer zich op gingen gaan richten. En toen hebben we op dat moment die deal gesloten met GSK. En toen stonden we opeens in de BioCenturies en de Fierce Biotechs, GSK’s eerste entry in zeldzame aandoeningen… En toen kregen we ook meer zichtbaarheid; als gevolg waarvan we ook in Amerika op het toneel konden komen. Toen hebben we een paar jaar later een grote financieringsronde gegaan met een van de grootste Amerikaanse investeerders. Als voorloper naar een beursgang in 2013.

Henk Jan Out: Ik kan me voorstellen dat je dagelijkse gang van zaken, je dagelijkse werk daar enorm door verandert. Als je opeens in Amerika op de beurs gaat komen, opeens met GSK gaat samenwerken… Dat is wat anders dan een bedrijfje leiden in Leiden. Je hebt opeens heel andere stakeholders.

Hans Schikan: Ja, helemaal met je eens.  En vooral die Amerikaanse reizen die vergde heel veel tijd. Elke twee maanden waren we wel een week, anderhalve week bezig om allerlei mogelijke Amerikaanse investeerders zover te krijgen om in Prosensa te investeren. En dat heeft er uiteindelijk toe geleid dat toen wij op een niveau kwamen dat we een beursgang konden gaan overwegen, we tegen onze board zeiden van: we denken aan de beursgang, dat zij zeiden: ‘Ah Hans, that’s a great idea. Waar denk je aan? Londen, Parijs, Amsterdam misschien zelfs?’ En toen zeiden wij: ‘Nou we denken echt wel aan Nasdaq in Amerika want daar zitten veel hele professionele investeerders, er is veel aandacht voor datgene wat wij doen…’ Er was ook een peer company, een vergelijkbaar bedrijf in Amerika, beursgenoteerd, die heette toen nog AVI Biopharma – vandaag de dag Sarepta. En die hebben ook geneesmiddelen op de markt momenteel voor de ziekte van Duchenne. Op de technologie die deels uit Leiden kwam. Dus dat is wel heel bijzonder.

En toen ik dus zei: ‘We denken aan Nasdaq.’ Toen was de eerste reactie: ‘Nou Hans, kom eens met een paar voorbeelden van bedrijven. Die dat de afgelopen jaren succesvol gedaan hebben. Want dat is wel ver weg.’ Toen hebben we Nasdaq gebeld. Toen zeiden we: ‘Just give us twee, drie voorbeelden van een paar bedrijven die dit succesvol gedaan hebben.’ Toen belden ze terug, zeiden ze: ‘Nou, die zijn er eigenlijk niet. Ja, er is een bedrijfje op Schiphol, maar heeft niks met life science te maken… Die hebben dat wel gedaan, maar in life science, in biotech, eigenlijk niemand de afgelopen twaalf jaar. Die een primary listing op Nasdaq zou gaan doen.’

Henk Jan Out: Wat betekent dat concreet dan?

Hans Schikan: Ja, een primary listing wil zeggen dat je je eerste aandelen uitgeeft publiek op een beurs. Je kunt ook secondary offering doen en zo, je kunt dual listing krijgen… Maar als je echt met je aandelen voor de eerste keer publiek gaat, dat was onze primary listing. Maar we hebben dat toen voor elkaar kunnen krijgen. We hebben onze board kunnen overtuigen. En ook dat was een mega succes. We hebben toen 90 miljoen dollar opgehaald waardoor we ons onderzoek verder konden blijven bekostigen.

Henk Jan Out: En heel puur praktisch gezien. Wat betekent dat dan? Je bent op de Nasdaq genoteerd, dat beperkt je handelen denk ik in zekere zin? Of juist niet? Je hebt natuurlijk een hoop geld om dingen te doen. Maar je kunt ook een heleboel andere dingen misschien niet meer doen…

Hans Schikan: Ja, het is wel zo. Op het moment dat je een publiek bedrijf bent, een beursgenoteerd bedrijf bent, dan veranderen wel een aantal zaken. Je accountingkosten gaan omhoog. Je juridische kosten gaan omhoog. Je moet écht goed opletten wat je zegt. Je kunt uiteraard geen informatie vrijgeven die nog niet publiek is, althans als dat niet op een andere manier naar buiten gaat. Dus kortom, er veranderde weldegelijk wat.

Maar tegelijkertijd kregen we ook toegang tot een hele grote markt van investeerders. Die echt verstand van zaken hadden en die ons ook continu vergeleken met dat andere bedrijf, Sarepta, wat ook in die race bezig was om te komen tot de eerste geneesmiddel tegen de ziekte van Duchenne. We zijn veel in Amerika geweest in die tijd. Maar spannende periode en ik zou het zo weer over doen.

De kick die je krijgt, Henk Jan, de kick die je krijgt als je op Times Square loopt en je ziet daar: ‘Nasdaq welcomes Prosensa…’ Dat vergeet je leven niet meer.

Henk Jan Out: Heb je daar ook bij die gong gestaan? Dat je daar de aftrap kon doen voor de New Yorkse beurs?

Hans Schikan: Dat hebben we wel op de AEX gedaan omdat ze ons graag wilde bewegen om in Amsterdam de beursnotering aan te vragen. En toen hebben we dat trouwens samen met Elisabeth Vroom gedaan, de voorzitter van de Duchenne Patiëntenvereniging. Zij mocht de gong toen luiden. Maar uiteindelijk hebben we dat op Nasdaq gedaan op Times Square, ja.

Henk Jan Out: Goed. Dus een hoop geld, clinical trials neem ik aan. Maar dat was toch een beetje teleurstellend, de uitkomsten van die studies?

Hans Schikan: We hadden sinds 2009 een samenwerking met GlaxoSmithKline. Die deden op dat moment een grote fase 3 trial in heel veel locaties over de hele wereld gespreid. Bijna 200 patiënten. En ik kan me nog heel goed herinneren, in september 2013, ik kreeg een telefoontje van de R&D baas die later ook vaccin tsar is geworden voor Trump – Moncef Slaoui, en hij zei: ‘Hans, de resultaten van onze fase 3 trial is toch niet wat we verwachten op basis van eerder fase 2 onderzoek en een open label langdurige extensie-trial.’

Dus wij moesten dat uiteraard als klein biotech bedrijf, beursgenoteerd, ook meteen dan, binnen een aantal dagen – binnen 48 uur of zo – bekend maken… Ons aandeel donderde naar beneden en ik kan me nog goed herinneren dat we toen alle patiënten verenigingen waarmee we werkten, hebben toen meteen na het persbericht ook persoonlijk geïnformeerd. We hebben dat verdeeld onder het management team. En dat was een van de moeilijkste dagen… Echt in mijn leven moet ik zeggen…. Want je hebt dan jarenlang gewerkt, ook in samenwerking met GSK, aan een mogelijke oplossing voor het ziektebeeld. En dan blijkt het opeens toch niet zo te zijn.

Henk Jan Out: Terwijl er wel, herinner ik mij, wel veel individuele hele positieve patiënten-ervaringen waren…

Hans Schikan: Ja, het gebeurde vooral in de dagen en weken na dat persbericht, toen bekend werd dat de verschillen tussen de placebo groep – met het nep geneesmiddel behandelde patiënten – en met de met het kandidaat-geneesmiddel behandelde patiënten, dat die verschillen marginaal waren. Toen kregen we allemaal brieven en e-mails, ook op Facebook, en op sites van patiënten die zeiden: ‘Ja, mijn zoontje deed mee aan deze trial. En ik zag het verschil. Dit geneesmiddel moet gewerkt hebben.’ En het is heel lastig om dat te beoordelen, want die patiënten of die ouders weten ook niet of hun zoon wel of niet op placebo stond. Maar mede als gevolg van al die brieven die we kregen, hebben we wel gezegd we gaan samen met GSK echt de onderste steen omdraaien om te kijken of er misschien toch een signaal in zat. Dat hebben we ook besproken met de FDA en dat heeft er uiteindelijk toe geleid dat de FDA heeft aangegeven dat wij een file mochten indienen.

We hebben de rechten in de tussentijd teruggekregen van GSK. Die zeiden van: ‘Als jullie het willen proberen, dan mag dat.’ En toen zijn we met de FDA gaan praten en uiteindelijk inderdaad heeft de FDA toen gezegd: ‘Het wordt een zogenaamde review issue. We gaan al die data bekijken. Maar je hoeft niet a priori eerst de nieuwe fase 3 trial over te doen. Dus je mag op basis van deze resultaten, mag je een registratiedossier indienen.’

En toen zijn we als de wiedeweerga gaan werken aan een registratiedossier. Terwijl we die capaciteit eigenlijk niet hadden.

Henk Jan Out: Kwam toen BioMarin om de hoek kijken, of hebben jullie toen nog zelf uiteindelijk de submissie van de file gedaan?

Hans Schikan: Nee, toen we de rechten terug hebben gekregen van GSK en tot de conclusie waren gekomen, intern, dat er wel degelijk een mogelijke toekomst zat in het geneesmiddel, en vooral bij jongere patiënten… Toen hebben we registratiemensen aangetrokken, we zijn een registratiedossier gaan bouwen. En op basis van een zogenaamde rolling review zijn we toen gaan indienen. Dat was onder onder hoge druk werken.

Maar in de periode van het vervaardigen van het registratiedossier, werd er meerdere malen op onze deur geklopt door grote bedrijven, zeldzame ziektebedrijven, maar ook grotere bedrijven die zeiden van: ‘Nou, dit zou nog wel eens geregistreerd kunnen gaan worden. Zouden wij jullie niet kunnen helpen?’ Eigenlijk een entry tot een licentie of een samenwerking. En wij zeiden overal steevast: ‘We just came from a marriage with GSK, dat heeft geleid tot een scheiding. Dit gaan we toch even zelf doen nu.’ En we waren echt ervan overtuigd dat we het zelf konden. Maar de klop op de deur werd steeds luider en op een bepaald moment kregen wij, zo in september ongeveer in 2014, kregen we toen een zogenaamd unsolicited, zeg maar een bod op het bedrijf waar we niet zelf om gevraagd hadden. En op basis daarvan, dan moet je dat bod serieus nemen. Als je dat niet

serieus neemt, dan kun je allemaal rechtszaken tegen je krijgen in Amerika. Want dan zeggen aandeelhouders, waar het uiteindelijk bekend bij zou kunnen worden: ‘Waarom heb je dat niet gedaan?’ En toen hebben we een market check gedaan om te kijken of er

meer bedrijven geïnteresseerd zouden zijn en dat heeft ertoe geleid dat we uiteindelijk, ik dacht zes of zeven term sheets kregen van bedrijven die allemaal graag een overname van Prosensa wilden gaan doen.

Henk Jan Out: En uiteindelijk heeft BioMarin 680 miljoen dollar betaald.

Hans Schikan: Ja, het was zelfs nog meer. Het heet dan in het persbericht: ‘up to 840 miljoen dollar’. Als ze registratie gekregen zouden hebben in Europa en Amerika, kwam er nog voor elke regio zeg maar 80 miljoen dollar bij. Maar uiteindelijk is dat 680 miljoen dollar geworden wat men betaald heeft voor Prosensa.

Henk Jan Out: Het is toch eigenlijk wel bizar als je bedenkt dat GSK eruit gestapt is omdat er geen resultaten waren, maar dan zijn er toch weer andere partijen die dan toch wel weer bereid zijn om zo’n enorm bedrag daarvoor neer te tellen. En uiteindelijk is ook, om het verhaal wat korter af te sluiten, ook het middel is uiteindelijk nooit geregistreerd geraakt hé? Want BioMarin heeft dat gekocht en heeft het uiteindelijk nooit geregistreerd gekregen in Amerika en in Europa…

Hans Schikan: Klopt inderdaad, dat is ontzettend jammer. Tegelijkertijd, wat ik al aangaf, de licenties die ten grondslag lagen aan de technologie van Prosensa hebben ertoe geleid dat het bedrijf wat op dit moment al een aantal geneesmiddelen voor de ziekte van Duchenne geregistreerd heeft in Amerika, Sarepta, dat dat bedrijf inderdaad nog steeds ook denk ik royalties moet betalen aan de Leidse Universiteit. En aan BioMarin waarschijnlijk, maar dat weet ik niet zeker.

Henk Jan Out: Want het Driza Percent, dat was het middel waar jullie aan werkten in Leiden, dat is nu nergens, is dat nog ergens?

Hans Schikan: Het middel Driza Percent is inderdaad nooit geregistreerd als zodanig. Ontzettend jammer, maar even over die 680 miljoen dollar; het bedrijf Sarepta, wat dus nu die geneesmiddelen op de markt heeft, heeft op dit moment een market cap – dus een waarde van het bedrijf – van 12 miljard dollar. Om even aan te geven dat men heel succesvol is geweest, onder andere, met die technologie vanuit Leiden.

Henk Jan Out: Dus je ziet het uiteindelijk niet als een mislukking, wat er met Prosensa gebeurd is? Omdat de technologie toch nog uiteindelijk gebruikt kan worden?

Hans Schikan: Ja, ik had natuurlijk veel liever gezien dat we als Prosensa een nieuwe, kleine Genzyme hadden kunnen worden en ook daadwerkelijk de geneesmiddelen bij patiënten

hadden kunnen brengen. En ja, een prachtig voorbeeld waren geworden van een biotech succes, ook voor Nederlandse bodem. Maar dat heeft niet mogen baten. Je kunt helaas de data wat dat betreft niet sturen natuurlijk. Je bent daar overgeleverd aan wat de uitkomsten van het verhaal zijn.

Henk Jan Out: Nou ja, ik vind het zelf altijd een beetje, het heeft iets pervers…

Aan de ene kant… Want je bent uiteindelijk heel succesvol aan het ontwikkelen. Je haalt een hoop geld op op de beurs en van andere investeerders. En je kunt het dan uiteindelijk heel succesvol verkopen. Dus dat ziet er allemaal fantastisch uit. Maar het middel, uiteindelijk, redt het net niet. En dat is natuurlijk allemaal inherent aan farmaceutische geneesmiddelen ontwikkeling, maar ondertussen is er een hoop geld uitgegeven wat eigenlijk down the drain is…

Hans Schikan: Ja, helemaal met je eens Henk Jan. En dat is ook precies inderdaad het high risk, high reward-principe van biotech, van geneesmiddelontwikkeling in het algemeen.

Helaas haalt niet elk kandidaat-geneesmiddel de eindstreep, maar je zult op de ene of andere wijze wel de middelen die het niet halen ook moeten bekostigen. En dat zal voor een deel ook moeten komen uit de geneesmiddel dat het wel moet halen. Helaas.

Henk Jan Out: Maar goed om te horen, dat wist ik niet, dat de Exon Skipping, dus die methodologie bij Sarepta uiteindelijk toch wel succesvol is gebleken en dat er dus middelen zijn voor patiënten van Duchenne nu.

Hans Schikan: Absoluut, ja.

Henk Jan Out: In Europa ook?

Hans Schikan: Nee, in Amerika. Helaas nog niet in Europa. En er is zelfs nog een Japans bedrijf die ook op basis van Exon Skipping óók registratie heeft gekregen in Amerika.

Henk Jan Out: Goed, nou we gaan door. Want we zijn nog lang niet bij het eind van je carrière. Dat is überhaupt nog niet aan de orde… Maar, je bent weggegaan uiteindelijk bij Prosensa, werd overgenomen door BioMarin. En toen kwamen inderdaad er een heel aantal raden van commissarissen, andere adviseurschappen… Je had toen niet meer de behoefte om zelf operationeel leiding te geven, maar meer wat achter de schermen de zaken aan te sturen. Wat was je overweging om op dat moment niet meer bij een ander bedrijf fulltime te gaan zitten?

Hans Schikan: Er kwamen zeker veel aanbiedingen. Dat moet ik zeggen. Als je één keer voor investeerders succes hebt gegenereerd, dan stromen ze binnen. Tegelijkertijd, ik was al sinds, ik dacht 2010 of zo, zat ik al in de board van een Zweeds bedrijf: Swedish Orphan. Ook zeldzame aandoeningen: Biovitrum, Sobi. En het was erg leuk, moet ik zeggen, om te zien hoe je als boardmember, als bestuurder bij een bedrijf, op een andere manier tegen de materie aankijkt dan als CEO. Op maandag zat ik bijvoorbeeld zelf te verdedigen hoe de salarisontwikkeling of de bonussen eruit zouden moeten zien bij Prosensa. En op donderdag zat ik als lid van de Remuneration Committee in Zweden, in die andere rol. En juist dat verschil vond ik erg leuk. Zeker toen ik op een bepaald moment, na Prosensa, ook op dat vlak veel aanbiedingen kreeg dacht ik: ‘Het is wel leuk om nou eens een keer meerdere bedrijven te gaan helpen. Om te kijken of de fouten die wij voor een deel ook gemaakt hebben, elders voorkomen zouden kunnen worden.’

Henk Jan Out: En lukt dat?

Hans Schikan: Ja, je moet altijd oppassen. Je moet niet te zeer op de stoel van de CEO gaan zitten. Je moet nooit zeggen van: ‘I would do this or that.’ Veel meer van: ‘Heb je overwogen om daaraan te denken?’

Henk Jan Out: Heb je misschien wat aan je internationale ervaring om het cultureel wat gevoeliger, wat diplomatieker aan te pakken dan het doorsnee Nederlander dat wellicht doet?

Hans Schikan: Ja, essentieel hoor. Want je wilt toch… Je wilt voorkomen dat een management team door een al te opdringerige board dingen anders zou gaan doen.

Henk Jan Out: Ja, je hebt het zelf al een beetje aangegeven. Dus wat zijn de grote verschillen als je als executive en als non-executive, wat je nu doet? Wat zijn nou de dingen die je daar met name in opvallen?

Hans Schikan: Ja, het mooie van de CEO-rol, een van de mooiste rol volgens mij die er is als je in life sciences zit, is dat je echt als kapitein op die reddingsboot staat en dan die boot steeds groter ziet worden. Zelf met je team kunt bepalen waar het heen gaat en daar ook dagelijks dan richting aan geven. Ontzettend leuk.

Als board member sta je meer op afstand. Dat is jammer. Tegelijkertijd kun je wel een aantal board-rollen naast elkaar doen en daardoor zie je op een bepaald moment dwarsverbanden gaan ontstaan. Je herkent bepaalde dingen. Je kunt mensen introduceren bij elkaar. Je kunt je netwerk, wat steeds groter wordt, kun je inschakelen om uiteindelijk impact te krijgen bij een veelheid van bedrijven. En dat is natuurlijk wel leuk, dat je uiteindelijk meer impact kunt realiseren door voorzichtig wat richting te geven en toezicht te houden en te motiveren dat geneesmiddelen in een bredere setting uiteindelijk bij patiënten kunnen komen.

Henk Jan Out: We gaan even door naar een heel speciaal project wat je gedaan hebt.

Je werd gevraagd door minister De Jonge in de tijd om special envoy te worden tijdens de coronaperiode. Hoe kwamen ze zo bij jou? En wat heb je daar precies gedaan?

Hans Schikan: Heel bijzonder inderdaad. We zaten midden in de pandemie. Het was allemaal thuiswerken. En ik zat toen al een aantal jaren in het topteam van de topsector Life Science and Health, ook wel Health Holland genoemd. En toen kwam de hoogste ambtenaar, die was lid van het topteam, Erik Gerritsen, kwam toen een bepaald moment die meeting binnen virtueel. Hij zei: ‘Er is een motie in de tweede kamer aangenomen voor een speciaal gezant rondom vaccins. Hebben jullie als topteam wat namen voor me, wie ik daarvoor zou kunnen vragen?’ En blijkbaar was ik de enige die met een lijstje van zes namen aankwam van mensen die heel veel verstand hadden van vaccins.

Dus de volgende dag belt hij me op en zegt: ‘Ja, ik heb het met de minister besproken, maar al die namen die je hebt aangedragen – nog bedankt daarvoor – maar al die namen dat zijn mensen die een deel van de oplossing zijn. Zou jij dat niet willen doen? Jij kent blijkbaar al die mensen.’

Ik had helemaal geen verstand van vaccins. Maar toen heb ik er met mijn vrouw over gesproken. We zaten al heel lang, indirect, wat kritiek te leveren op heel veel van het beleid in Nederland en elders… En toen zeiden we: ‘Nou, als je dan toch een rol mag spelen daarin, om hier en daar wat te kunnen helpen, zou dat heel mooi zijn…’

Het was ook maar een opdracht voor vier weken in eerste instantie, om te gaan kijken of we de productiecapaciteit zouden kunnen versnellen met het Nederlandse bedrijfsleven. Ik heb het toen gedaan en, Henk Jan, ik heb nog nooit zo hard gewerkt als in die vier weken. En dat meen ik serieus. Niet voor de beursgang, niet toen de resultaten tegenvielen en niet bij Organon. Werkelijk.

In vier weken tijd van ‘s ochtends zes tot ‘s avonds elf aan de telefoon om te kijken wat we voor elkaar zouden…

Henk Jan Out: Maar je had een deadline natuurlijk.

Hans Schikan: Ja, in die vier weken moesten we een rapportage opleveren. Ontzettend leuke tijd. Samen met een heel sterk team van het ministerie van EZK en het ministerie van VWS. Toen hebben we een aantal aanbevelingen gedaan aan de minister, die uiteindelijk ook grotendeels overgenomen zijn. En toen is er een vaccin-taskforce gekomen, daarna. En die heb ik mogen leiden. En die heeft ongeveer een jaar gefunctioneerd en ook daar zijn weer nieuwe aanbevelingen uit voor te komen.

Henk Jan Out: En heb je het gevoel dat inderdaad die aanbevelingen zijn overgenomen, dat in Nederland nu klaar is voor een volgende pandemie? Althans, wat productie van vaccins betreft?

Hans Schikan: Dat is een gevaarlijke vraag. Zijn we klaar? Dat zijn we natuurlijk nooit… Maar ik denk wel dat we méér klaar zijn met de ervaring die we nu hebben. Om een voorbeeld te geven: In Europa is nu HERA opgericht. Dat is een soort, ja, response authority voor emergencies. Health and Emergency Preparedness Response Authority. En die hebben onder andere ervoor gezorgd dat er een zestal fabrikanten klaarstaan in Europa om bij een volgende pandemie sneller ingeschakeld te kunnen worden om vaccins te gaan produceren. En daar is ook een van de Nederlandse spelers, Bildhofer Biologicals, maakt daar deel van uit. Die krijgen daar ook subsidie voor om daar klaar te staan bij een volgende pandemie.

Een ander voorbeeld is dat we echt een groot tekort hadden aan tech transfer mensen. Mensen die de technologie van het ene bedrijf op het andere bedrijf kunnen overdragen. Een van onze aanbevelingen was dat de Biotech Training Facility in Leiden, dat is een opleidingsinstituut voor mensen die zich met biological, maar ook met vaccins bezighouden, dat die daarvoor een subsidie zouden krijgen. Wat ook gebeurd is. Dus dan kunnen nu meer mensen. Ook uit het buitenland, ook uit lage lonen landen, opgeleid worden. Wat ook heel goed is.

Henk Jan Out: En dat hele Messenger RNA verhaal heeft natuurlijk ook een enorme boost gekregen. Hier in het Pivot Park is er een leuk bedrijf, RiboPro van Sander van Asbeck, die een machine ontwikkelt die massaal Messenger RNA producten kan produceren. En niet alleen vaccins, maar ook voor andere indicaties eventueel.

Hans Schikan: Ja, het is mooi dat je die noemt Henk Jan. Want Prosensa, onze technologie was Exon Skipping, maar dat deden we via Messenger RNA. En in die tijd had nog niet iedereen van Messenger RNA gehoord. Het werd pas bekend met Moderna en met andere bedrijven. Maar toen wij naar de beurs gingen op Nasdaq, toen moesten wij een ticker symbool kiezen. En guess what? RNA was beschikbaar. Dus wij zijn toen de beurs opgegaan op Nasdaq met de ticker symbool RNA. En Genentech, één van de grootste en eerste biotechbedrijven ooit, door Roche overgenomen, die hadden als ticker symbool DNA. En wij hadden dus RNA. Ik heb thuis nog een cap liggen, zo’n baseball cap, met de grote letters RNA erop. We hebben het Vrijheidsbeeld hebben we opblaasbaar in Leiden neergezet. Dus we waren echt een RNA-focused company. Nog niet wetend dat een aantal jaren mRNA zo’n belangrijke rol zou spelen bij vaccins.

Henk Jan Out: Goed, je bent, je noemde het al eventjes, ook lid van het topteam bij Life Science and Health. Wat houdt het ongeveer in? Waar is Life Science and Health mee bezig in Nederland? Is het subsidie geven? Wat is hun rol?

Hans Schikan: Als ik het zou moeten samenvatten, dan is het vooral partijen bij elkaar brengen voor een beter ecosysteem. Dat zou denk ik de beste samenvatting zijn. En partijen uit de zogenaamde Quadruple Helix. Nou, dat klinkt wat lastig, maar eigenlijk zijn het de vier belangrijke pilaren voor samenwerking: Bedrijfsleven, erg belangrijk, De kennisinstellingen. De overheid – dat noem je dan vaak met z’n drieën de Triple Helix – maar we hebben er duidelijk voor gekozen om daar ook nog de maatschappelijke organisaties bij te zetten. Patiëntenorganisaties, gezondheidsfondsen. En dat noemen we dan de Quadruple Helix. En in dat samenspel van actoren proberen om Nederland nog beter op de kaart te zetten als het gaat over Life Science and Health.

Henk Jan Out: Ja. En lukt dat goed?

Hans Schikan: Ik denk het wel. Als we nu kijken wat we de afgelopen jaren allemaal bereikt hebben; honderden samenwerkingsprojecten die deels ook geholpen zijn met subsidies. Een zogenaamde publiek-private samenwerkingstoeslag. Prachtige samenwerkingsverbanden, bijvoorbeeld RegMedXB, regeneratieve geneeskunde Crossing Borders, waar prachtige nieuwe initiatieven uit voortkomen. Het Oncode Institute, Oncode Accelerator rondom oncologie, een groot samenwerkingsverband. Talloze strategische samenwerkingsverbanden die er niet waren geweest als we niet een aantal jaren geleden zo’n topsectorenbeleid…

Henk Jan: Maar ook dankzij enorme subsidies van de overheid, met dat groeifonds…

Hans Schikan: Ja, het groeifonds zit daar niet bij. Dat is een apart deel. Het groeifonds wordt bestierd door de Nationale Groeifondscommissie. Maar het is wel een belangrijke, want die 20 miljard die in een aantal jaren geïnvesteerd zouden moeten worden in het toekomstige verdienvermogen van Nederland, is essentieel om ook die private investeringen aan te trekken. Het is eigenlijk het samenspel tussen overheidsgeld als middel om private investeringen ook voor elkaar te kunnen krijgen. En ja, dat is echt van belang. Dus het is zowel topsector geld, maar dat is relatief weinig maar als je dat vergelijkt met wat er vanuit het groeifonds beschikbaar zou moeten komen. Maar die publieke middelen kunnen een hele belangrijke rol spelen in het sturen van dat toekomstige verdienvermogen.

Henk Jan Out: Want daar is geen privaat geld voor te vinden…? Er wordt natuurlijk wel eens wat geklaagd dat de overheid zoveel geld, ook nu in het groeifonds, staat ook weer onder stevige kritiek. We hebben er veel te veel geld voor uitgegeven en ze proberen er alweer wat van af te halen in de huidige politieke constellatie. Maar dat publieke geld is echt nodig?

Dat kun je niet privaat bij elkaar scharrelen?

Hans Schikan: Ja, het kan zeker. Je kunt zonder publiek geld, kun je bedrijven groot maken. Ik ben medeoprichter van Pharvaris, daar hebben we geen publiek geld bij gebruikt. Dat is allemaal privaat geld, venture capital geld en eigen geld. Maar in heel veel sectoren heb je wel net dat vliegwiel nodig met publieke middelen om die private middelen daarna aan te kunnen trekken. En ja, dat gebeurt met een groeifonds. Ik heb alle begrip ervoor dat men denkt: ‘Oh, dat is een heleboel geld, dat kunnen we wel een beetje afromen.’ Maar dan hoop ik wel dat als dat zou gebeuren, dat het op een andere manier elders weer beschikbaar wordt. Het zij via de regio, de regionale ontwikkelingsmaatschappijen. Het zij via InvestNL,

ook een investeringsfonds, zeg maar. En dan hoop ik uiteraard ook dat veel daarvan zal landen bij life sciences.

Het gaat niet alleen over life sciences bij het groeifonds, maar dat hoop ik natuurlijk wel. Want wat we investeren in life sciences is niet alleen goed voor de gezondheid van de burger, een langere kwaliteit voor leven  – we streven naar vijf jaar meer gezondere levenskwaliteit in 2040, dat is een beetje de doelstelling die we hebben binnen de topsector – maar dat het ook uiteindelijk leidt tot een betere economie. Als het goed gaat met de Nederlandse burger en zijn gezondheid, kan het ook goed gaan met de Nederlandse economie. En dat heeft weer tot gevolg dat we dan ook meer kunnen uitgeven aan gezondheidszorg, aan cultuur en onderwijs en wetenschappen, et cetera.

Henk Jan Out: Ja. Je zegt dat het eigenlijk best wel goed gaat in Nederland met al dat soort initiatieven. Maar zijn er ook dingen die niet goed gaan in Nederland op de life sciences en health-sector?

Hans Schikan: Ja, het kan altijd beter. Ik heb het voorrecht gehad dat ik een paar missies naar Boston mocht leiden. In Massachusetts, in Amerika. Onder andere een keer met de minister-president. We zijn er geweest met minister Bruins voor volksgezondheid. We zijn er geweest met minister Adriaansens en minister Kuipers. Iedereen laten zien hoe dat systeem in Boston werkt. Dus het kan beter. Want dat is echt wel een stip op de horizon. Als het gaat over hoe je bedrijfsleven, overheid, kennisinstellingen kunt laten samenwerken. En de grootste bedrijven op biofarma zitten daar. De meeste geneesmiddelen in Amerika komen uit dat kleine gebied. Ook wel de meest innovatieve vierkante mile van de wereld genoemd.

Kan het beter? Absoluut. Als ik kijk naar Nederland, waar we een hele mooie basis hebben van start- en scale-up bedrijven. Heel veel kennis bij kennisinstellingen. Een overheid die best wel bereid is om mee te denken hoe we bedrijven groter kunnen maken. Maar als dan uiteindelijk die vertaalslag moet komen van een start of scale-up, een jong bedrijf naar een meer volwassen bedrijf  en de fase daarna – neem bijvoorbeeld het vergoedingenbeleid – dan is het vaak toch wat anders geregeld. En die slag zouden we wel nog moeten maken.

Henk Jan Out: Je bedoelt de discussies over als het middel geregistreerd is en wat de prijs dan moet gaan worden, enzovoorts?

Hans Schikan: Ik denk dat we daar echt nog wel een verbetering kunnen realiseren. We hebben nu in Nederland een nieuw initiatief vanuit het ministerie van VWS en EZK. Dat heet FAST: Future Affordable and Sustainable Therapies. En dat initiatief dwingt eigenlijk alle stakeholders om buiten de gebaande paden te denken. Hoe we op een andere manier de vruchten van innovatie sneller kunnen laten landen bij de burger, bij patiënten. Bijvoorbeeld als het gaat over nieuwe antibiotica. Die worden over het algemeen niet ontwikkeld omdat ze na registratie bij voorkeur niet gebruikt worden en moeten blijven liggen tot er echt een keer een probleem is met een nieuwe bacterie of zo. Dus hoe ga je dan toch bedrijven motiveren om dat soort geneesmiddelen te ontwikkelen? Hoe ga je om het nieuwe cel- en gentherapie? Er zijn nu duizenden cel- en geintherapieën in ontwikkeling. Maar hoe gaan we die straks allemaal betalen?

Henk Jan Out: Een beetje een discussie die… Een discussie die niet voortgaat. Er is geen progressie heb ik het gevoel. We hebben het er al heel erg lang over, antibiotica bijvoorbeeld: het verdienmodel voor bedrijven bestaat niet. Je kunt geen dure R&D doen om vervolgens een antibioticum te ontwikkelen wat ons op de plank moet komen te staan. Dat zo lang mogelijk niet gebruikt moet worden. Dat weten we al tientallen jaren, maar er is weinig progressie.

Hans Schikan: Niet zeggen Henk Jan. Er zijn op dit moment best al veel manieren waarop overheden, niet alleen in Nederland maar ook in het buitenland, maar ook bedrijven, grote bedrijven, proberen om onderzoek en ontwikkeling in deze richting te stimuleren. FAST is relatief jong nog als organisatie. Wij proberen als Nederland daar ook een voortrekkersrol in te gaan vervullen. Dus er gebeurt wel degelijk wat, maar het is een lange weg met veel stappen en we zijn er nog lang niet.

Henk Jan Out: Goed. Hans, je hebt heel veel dingen genoemd. Je doet heel erg veel dingen. Nog even over je vrije tijd. Ik kan me nog herinneren in de tijd zag ik jou in Oss langs de hockey-terreinen als hockeycoach fungeren. Doe je dat nog steeds? Wat zijn de dingen waar je energie van krijgt buiten je werk om?

Hans Schikan: Laat ik vooropstellen dat ik heel veel energie van mijn werk krijg. En het voelt niet als werk. Dat is het mooiste nog. Mijn vrouw zegt altijd: ‘Hans, je bent ook met pensioen.’ Ik zeg: ‘Nee! Ja, ik ben met pensioen. Maar ik haal nog steeds veel energie uit. Alles wat ik doe op het gebied van life sciences.’ Maar ik tennis zelf nog heel actief. Ik vind reizen ontzettend leuk. Ik hou van hiken, dat zijn lange wandelingen maken in de ruige natuur van…

Henk Jan Out: Van Zweden.

Hans Schikan: Bijvoorbeeld Zweden. Ook in de winter met tourskis en dan met een sleetje erachter. Dus allemaal leuke dingen. En ja, dat vind ik steeds mooier. Maar hockeyen, dat was vooral inderdaad voor de kinderen. Dat doe ik niet meer, nee.

Henk Jan Out: Want je hebt een Limburgse achtergrond. Je bent opgegroeid in Limburg.

Hans Schikan: Ik ben een typisch voorbeeld van een, hoe zeg je dat ook alweer; een Groningse kruidkoek, gekneed uit Limburgs deeg. Mijn vader was een Groninger, helaas overleden een groot aantal jaren geleden. Mijn moeder was een Limburgse. Die hebben elkaar leren kennen. En daar zijn mijn zus en ik uit voortgekomen. Dus ja, Groningse kruidkoek.

Henk Jan Out: En dan horeca achtergrond, vertelde je.

Hans Schikan: Ja. Mijn ouders hadden een hotel, café, restaurant in een klein dorpje in het zuiden van Limburg. Amstelrade. Hotel Schikan, met die wegleidende naam. En daar ben ik grootgebracht. Daar heb ik de eerste 18 jaar van mijn leven, 17 jaar van mijn leven doorgebracht.

Henk Jan Out: We komen zo’n beetje aan het eind van de podcast. Maar je noemde het al een beetje in het begin, wat je drijfveren zijn. Kun je dat nog eens proberen te samenvatten? Wat maakt je zo actief en energiek in de life sciences en health-sector, nog steeds…

Hans Schikan: Ja, ik denk dat het vooral die passie is om een verschil te kunnen maken.

Om een bijdrage te mogen leveren aan het maken van een verschil. Het bouwen, het bouwen van bedrijven. Het bouwen aan potentieel nieuwe geneesmiddelen. Het bouwen aan een nieuw ecosysteem. Dat is hetgeen wat me vooral drijft, zeg maar. En mensenwerk. Het blijft mensenwerk. Mensen met elkaar in contact brengen. Proberen te verbinden. Proberen om gemeenschappelijkheden te vinden. Dat is hetgeen wat ik ontzettend leuk vind. En nog steeds krijg ik elke week drie of vier telefoontjes en e-mails van mensen die zeggen: ‘Hans, kun je me in contact brengen met die, of zou je eens naar deze slide deck willen kijken? Kun je je netwerk binnen de VC-wereld eens aanboren?’ En dat doe ik met ontzettend veel plezier. Pro-bono allemaal. Maar ontzettend veel plezier omdat ik het gewoon leuk vind om een bijdrage te mogen leveren aan waar we met z’n allen mee bezig zijn, namelijk: proberen een verschil te maken voor patiënten.

Henk Jan Out: Ja, dan draait het uiteindelijk allemaal om. Zijn er nog ambities die je nog wilt vervullen? Of heb je hier voorlopig voldoende aan?

Hans Schikan: Je hebt altijd dromen en ambities natuurlijk. En die blijven ook wel bestaan. Maar ik kreeg vorig jaar in juni bij een Holland Bio-bijeenkomst een prachtige onderscheiding. Een koninklijke onderscheiding van de burgemeester waar toen dat event plaatsvond. En die krijg je meestal aan het einde van je carrière, weet je wel. Van bedankt, hier heb je een mooie onderscheiding, een lintje. Vond ik wel erg leuk trouwens dat ik dat gekregen heb. Maar in mijn geval motiveerde dat me juist nog veel meer om door te gaan met de dingen die ik nu al doe. En dat verschil te kunnen blijven maken.

Henk Jan: Goed. Hartstikke bedankt. We zijn aan het eind gekomen van de podcast. Hans, zeer bedankt voor je komst hier naar het Pivot Park hier in Oss. Ik vond het een ontzettend leuk gesprek. Ik wens je veel succes in de toekomst. We komen elkaar ongetwijfeld wel weer tegen. U bedankt voor het luisteren en tot de volgende keer. Dag.

Dit was Leaders in Life Sciences, dankjewel voor het luisteren. Vond je iets van deze aflevering? Wij ontvangen graag jouw feedback. Wat houdt bijvoorbeeld jou bezig en over wie wil je meer horen? Laat het weten via een Apple of een Google review of stuur een berichtje via social media of natuurlijk gewoon per mail. Onze waardering is groot. Tot slot, nog dank aan onze partners. Dat zijn Pivot Park, Pedersen & Partners, Johnson & Johnson The Netherlands, Axon Lawyers en Scribes fiscalisten.

Recente reacties