#10: Pieter van der Meer (transcriptie)

Dit is Leaders in Life Sciences, een podcast waarin we op zoek gaan naar het verhaal achter de mens. We praten met leiders van nu en later over wat hun drijft, hun carrière en privéleven. Want door naar elkaar te luisteren komen we als individu en als sector verder. We willen onze partners hartelijk bedanken voor hun steun, dat zijn Pivot Park, Pedersen & Partners, Johnson & Johnson The Netherlands, Axon Lawyers en Scribes fiscalisten. Te gast in deze aflevering, Hans Schikan. Uw host is Henk Jan Out.

Vandaag te gast de oprichter en managing partner van Gilde Healthcare. Hij begon hier ooit als investment manager en hij haalde zijn eerste fonds al op op zijn 35ste. “Met hindsight was ik vrij naïef, maar dan gebeurden er soms hele mooie dingen. Als je niet door hebt dat er allerlei barrières en hordes zijn, dan ga je gewoon rennen met de bal. Dat is heel goed uitgepakt, natuurlijk.” Zijn roots vindt hij in de financiële sector, maar de healthcare heeft eigenlijk altijd al in zijn bloed gezeten. In zijn jeugd ging hij veel mee op pad met zijn vader, die dierenarts was. “Eigenlijk is een dierenarts een enorme all-around medicus. Het is wel grappig, als wij vroeger wat hadden, en nog steeds, als mijn kinderen wat onder de leden hebben, weet mijn vader altijd hele simpele oplossingen die ook bij paarden en koeien werken.” Vaak denkt men bij investeringsmaatschappijen aan rendement, maar met Gilde Healthcare zijn ze ook actief bezig met een bijdrage leveren aan het verder brengen van de life sciences. Dit wordt onder andere duidelijk wanneer hij ons vertelt over avidity. “Een zeer veelbelovende technologie die nu in eerste instantie in research settings wordt gebruikt en bij biotechbedrijven op het gebied van celtherapie. Maar uiteindelijk een toepassing kan krijgen in ziekenhuizen omdat het een instrument is om het mogelijk te maken om patiënten op persoonlijke basis te behandelen tegen hun ziektes.” Veel plezier met het luisteren naar deze aflevering. Te gast Pieter van der Meer, uw host is André van de Sande.

André: Welkom bij de tiende Leaders in Life Sciences podcast vanuit het Pivot Park in Oss. Mijn gast van vandaag is geboren in 1970 in de Brabantse Schijndel. Hij heeft zijn master’s in chemie behaald aan de universiteit van Leiden. Hij heeft zich gespecialiseerd in bio-organisch synthesis and molecular modelling. Hij begon zijn loopbaan als consultant bij KPMG Management Consulting en daarna werd hij medeoprichter en management partner van Gilde Healthcare. Vanuit die hoedanigheid is hij mede verantwoordelijk voor het algemene management, de investering comités en fundraising van de Venture & Growth and Private Equity fondsen. Hij leidde onder meer Gilde Healthcare’s investeringen in Ablynx, Acacia Pharma, Agendia, Inpharmatica – dat later werd overgenomen door Galapagos – BG Medicine, NightBalance en Lumicks Technologies, waar hij momenteel ook nog lid is van de board. Mijn gast van vandaag is Pieter van der Meer. Welkom, Pieter!

Pieter: Dankjewel, André! Leuk om hier te zijn.

André: Leuk dat je onze uitnodiging hebt aangenomen. Pieter, ruim 24 jaar geleden heb je besloten om met Gilde te beginnen. Hoe ben je destijds tot die stap gekomen?

Pieter: Dat kwam natuurlijk niet uit de lucht vallen. Dat is een langer verhaal. Toen ik bij Gilde aan de slag ging als investment manager destijds, in 1998, was Gilde onderdeel van de Rabobank. Binnen Gilde waren een aantal investeringsstrategieën. Denk aan buy-out investeringen, venture and growth, en dat in allerlei sectoren. Voor de Rabobank was de food and agri business sector ook van belang en toen ik werd aangenomen heb ik me onder andere daarop gericht. Dus innovatieve bedrijven die actief waren in food and agri business. Gaandeweg ben ik me ook gaan verdiepen in biotech investeringen, een veld wat in die tijd in de investeringswereld in opkomst was. Eén van de conclusies die ik trok na een aantal jaar actief geweest te zijn was dat de biotech sector eigenlijk zich veel beter leende voor Venture Capital en dat het ecosysteem in de biotech wereld veel aantrekkelijker is om actief in te zijn, meer co-investeerders, meer exit dynamiek, beursgangen, et cetera. Dus ik heb een plan gemaakt nadat ik een aantal jaar werkzaam was geweest bij Gilde. Dat kwam op een gegeven moment goed van pas toen in 2005 de Rabobank besloot dat ze van haar Private Equity belangen af wilde en toen is Gilde Investment Management in feite afgestoten en we hebben met de partners die destijds bij Gilde zaten – ik was inmiddels partner geworden – onszelf teruggekocht in een management buy-out. Toen is Gilde zelfstandig weer verder gegaan en uiteen gevallen in drie managers die alle drie de Gilde naam bleven voeren. Gilde Buy-out, dat heet tegenwoordig Rivean, Gilde Equity Management, dat richt zich op Nederlandse familiebedrijven en Belgische familiebedrijven, en Gilde Healthcare, dat dus gebaseerd was op een businessplan om specifiek door te gaan in de Life Sciences hoek. In 2006 hebben we toen ons eerste eigen fonds opgehaald. Dat was voor mij een hele nieuwe ervaring. Ik had eigenlijk nog heel weinig meegemaakt op het gebied van fundraising en wat het betekent om zelfstandig actief te zijn.

André: Je was nog hartstikke jong, je was 35?

Pieter: Ik was 35 en het was inderdaad een volledige nieuwe wereld. Met hindsight was ik vrij naïef, maar dan gebeuren er soms hele mooie dingen, als je niet door hebt dat er allerlei barrières en hordes zijn. Dan ga je gewoon rennen met de bal. Dat is natuurlijk heel goed uitgepakt. Maar inderdaad, het eerste fonds in 2006 hebben we toen overigens Gilde Healthcare Twee genoemd. Dat was een soort commerciële benadering om aan te geven…

André: Om één over te slaan?

Pieter: Om één over te slaan, en te laten zien dat we wel ervaring hadden. Ik had inmiddels wel al geïnvesteerd. Een investering die ik zelf geleid had, bijvoorbeeld in Uplinks, wat later natuurlijk een unicorn is geworden, zoals dat heet in ons vak. Dus we hadden al wat ervaring op het gebied van investeringen en Life Sciences bedrijven en dat hebben we toen gebruikt om onszelf als Gilde Healthcare Twee op de kaart te zetten.

André: Sinds die tijd is het snel gegaan met jullie?

Pieter: Het is heel snel gegaan. Inmiddels gaan we nu met het zesde Healthcare Venture & Growth fonds de markt op. Daar ben ik momenteel actief mee. Want ik ben eigenlijk sinds de start ook betrokken en verantwoordelijk geweest voor de fundraising van onze nieuwe fondsen. Dat is een specifieke activiteit waar we natuurlijk druk mee zijn. En we hebben ook rond 2008-2009 een nieuwe investeringsstrategie toegevoegd aan de Gilde Healthcare franchise, en dat noemen we Gilde Healthcare Private Equity. Met die businesslijn investeren we in bedrijven die winst maken en snel groeien en daar kapitaal voor aantrekken door middel van een management buy-out, zoals dat heet. Dat is een ander type investering in bedrijven die positieve EBITDA hebben, zoals het dan heet, en waar je ook wat lening bij kunt aantrekken. Daar hebben we dan ook de meerderheid in dat soort bedrijven. Dus dat is een andere investeringsstrategie.

André: Misschien goed voor de leek om even uit te leggen wat het verschil is tussen Private Equity en Venture Capital.

Pieter: Ja. Ik bedenk inderdaad al pratend dat ik in allerlei jargon terechtkom en het is misschien–

André: En EBITDA.

Pieter: Ja, en EBITDA, precies. Dus wat is het verschil tussen Venture Capital en Private Equity? Simpel gezegd, zijn Venture Capital investeringen vaak gericht op bedrijven die nog niet winst maken en ook heel vaak nog geen omzet hebben. Dus die nog vooraan staan of nog voor de marktintroductie zitten van een nieuw product of een nieuwe dienst. Deze bedrijven ontstaan vaak vanuit de ideeën van oprichters, van founders. Dat kunnen wetenschappers zijn, maar ook ondernemers met een goed plan. Die hebben kapitaal nodig en die geven daarvoor in ruil een aandelenbelang aan investeerders zoals wij. Omdat het nog verlies maakt, kunnen ze geen lening aantrekken bij de bank. Dus een ondernemer die een Venture Capital bedrijf, of een startup, runt is afhankelijk van investeerders zoals wij. Dat leidt dan tot een onderhandeling over de waardering, nadat we uitgebreid hebben gekeken of het plan kansrijk is. Dat is Venture Capital, gericht op innovatieve bedrijven en dan met name in de Life Science sector gaat het over biotech bedrijven, over medtech bedrijven, nieuwe devices, nieuwe molecular diagnostics bedrijven. Maar ook digitale zorgtechnologie. Dat zijn allemaal sectoren die onder onze scope vallen.

André: Hoe verhoudt zich dat ongeveer bij jullie?

Pieter: Inmiddels is het een beetje 50/50. De teams zijn ook vergelijkbaar in omvang, die kijken naar dat soort transacties. En we hebben in de loop der tijd twee miljard aan investeringsfondsen opgehaald voor beide activiteiten samen. Er zit ongeveer één miljard aan de Venture & Growth kant en één miljard aan de Private Equity kant.

André: Dat zijn forse bedragen, zeker voor Nederlandse begrippen.

Pieter: Ja, we zijn in Nederland één van de grootste partijen.

André: Als je kijkt naar de wereldwijde markt op dit ogenblik, dan zien we dat in afgelopen jaren een enorme stijging heeft plaatsgevonden met hoge multiples, boven de 12-13. Dat is zeker in healthcare vaak ook nog veel hoger. Ik las dat vorig jaar het totaal in de markt 1,1 biljoen dollar bereikte. Hoe zit dat met de Nederlandse Private Equity markt?

Pieter: De NVP, de Nederlandse Vereniging van Participatiemaatschappijen, heeft ieder jaar een publicatie waarin ze aankondigt hoe het veld erbij ligt en hoeveel geld er is opgehaald voor startups en scaleups en voor buy-outs. En gezamenlijk was dat in 2021 een bedrag van acht miljard aan kapitaal, dat is opgesplitst in ongeveer 4,3 miljard voor startups en scaleups en dat is dan ongeveer 50/50, startup en scaleup. En 3,7 miljard is geïnvesteerd in buy-outs. Die bedragen wisselen wel per jaar. Want het jaar daarvoor ging het over 6,3 miljard wat naar buy-outs is gegaan. Dat geeft al meteen aan dat 2021 een vrij uitzonderlijk jaar was voor de innovatieve startups en scaleups in Nederland. Er is heel veel geld opgehaald, het was echt een recordjaar. Niet alleen vanuit Nederlandse investeerders, maar ook kapitaal dat werd verstrekt door buitenlandse investeerders.

André: Geïnvesteerd in de Nederlandse markt.

Pieter: Ja, in de Nederlandse markt. Maar het is een heel goed jaar geweest, 2021. En 2022 is heel goed gestart, maar je weet ook hoe het–

André: Het is economisch veranderd op dit ogenblik, precies.

Pieter: We zitten in een pivot, om maar hier dichtbij huis te blijven. Ik denk dat het segment dat daar als eerste wat van merkt growth en startup is. Zodra de risk appetite wat afneemt in de markt zijn de meest risicovolle bedrijven eigenlijk de eerste partijen die dat merken. Ik denk dat de cijfers uiteindelijk over 2022 iets anders zullen zijn.

André: En die verminderde appetite, die wordt met name gevoed door de stijgende rentepercentages op dit ogenblik?

Pieter: Ja. Ik denk dat inderdaad de stijgende rente een enorme invloed heeft op hoe gekeken wordt naar risicovolle bedrijven, waarvan de omzet en de winst verder in de toekomst ligt, heel simpel gezegd. Gebruik je die rente, daarmee discount je de waarde van een bedrijf wat de meeste waarde in de toekomst heeft naar nu. Als een rente hoger wordt, betekent dat eigenlijk dat je waarde van nu lager is. Terwijl, als het geld eigenlijk bijna gratis is, wat het is geweest de afgelopen 5-10 jaar, dan is de toekomstige waarde nog heel duidelijk zichtbaar in hoe mensen nu tegen zo’n bedrijfswaardering aankijken. Het is een beetje een lang verhaal, maar wat je bijvoorbeeld ziet in de biotech sector is dat er sinds die rente is gestegen, de marktkapitalisatie van de biotech sector, bijvoorbeeld kijkend naar Nasdaq, dat die met 40-50% is afgenomen.

André: Dat is een forse verandering, inderdaad. Toch lijkt het alsof de healthcare sector iets minder gevoelig is voor deze verandering dan sommige andere sectoren.

Pieter: Ja, dat klopt.

André: Zie je dat zo?

Pieter: Ja. Ik heb het nu over het meest extreme voorbeeld, biotech is natuurlijk een hele risicovolle sector. Maar inderdaad, in het algemeen is de healthcare sector vrij resilient, zoals het genoemd wordt. Het is een defensieve sector waarbij ook de onderliggende value drivers zoals ouderdom en demografische trends toch ervoor zorgen dat die sector blijft groeien. Als je kijkt naar Amerika, bijvoorbeeld, daar wordt inmiddels 21% van het bruto nationaal product uitgegeven aan de healthcare sector. En in Europa en Nederland ook, dan heb je het over 12% van het bruto nationaal product en dat blijft groeien. Dat komt omdat de zorgvraag blijft toenemen. Mensen leven langer en leven ook langer gezond of met chronische ziektes die beter in de hand te houden zijn. Maar de kosten nemen natuurlijk enorm toe. Het is altijd gek om over een markt te praten als je het hebt over de healthcare sector, maar dat is het wel.

André: Ja. Nu opereren jullie eigenlijk met name vanuit het hoofdkantoor in Utrecht, maar jullie hebben ook nog andere vestigingen in de wereld?

Pieter: Ja, dat klopt. We zijn inderdaad van oudsher ontstaan in Utrecht. Gilde was ooit een Nederlandse investeringsfirma, dan was het logisch om in het centrum van Nederland te zitten. Vandaar Utrecht, nu zitten we daar nog steeds. En met Gilde Healthcare hebben we kantoren in Frankfurt in Duitsland, en in Boston in Amerika.

André: De hot spot.

Pieter: Ja, de hot spot voor de Life Sciences sector. We hebben daar een team zitten dat de Amerikaanse markt voor ons screent en naar opportunity’s zoekt.

André: Toch misschien even voor degenen die niet helemaal thuis zijn in de wereld van Private Equity, hoe opereren jullie nu? Want jullie worden gefinancierd door externe partijen, hoe werkt dat?

Pieter: We hebben het vaak over fondsen die investeren. Een fonds moeten wij ook ophalen bij investeerders. Dus we gaan ook de markt op, net zoals startups ook op zoek zijn naar kapitaal en buy-out firma’s of de firma’s die een buy-out willen doen ook op zoek gaan naar kapitaalverschaffers, moeten wij dat zelf ook om die fondsen bij elkaar te krijgen. Dat is een hele diverse groep die bij ons participeert. Denk aan pensioenfondsen, banken, verzekeraars, dus grote instituten of stichtingen, endowments. Maar ook family offices of informal investors. En we hebben ook bijvoorbeeld een aantal voormalige CEO’s die samen met ons hebben gewerkt aan een bedrijf en succesvol zijn geweest en hun cash ook gedeeltelijk via ons–

André: Investeren.

Pieter: Ja.

André: Oké. En die investeerders hebben natuurlijk bepaalde verwachtingen van jullie?

Pieter: Zeker, ja. Het is een beetje dubbel, want de missie die wij uitdragen vanuit Gilde Healthcare is dat wij een aantrekkelijk rendement willen opleveren voor onze investeerders. Overigens zijn wij zelf ook investeerders, ik ben dat nog vergeten te noemen, maar wij als partners–

André: Jullie participeren zelf ook.

Pieter: We investeren ook en dat is ook belangrijk. Je wil die alignment ook laten zien, ‘put your money where your mouth is’.

André: Skin in the game.

Pieter: Skin in the game, et cetera, mooie termen. De investeerders die ons ondersteunen verwachten een rendement, dat is duidelijk. Onze missie is om een aantrekkelijk rendement op te leveren voor de investeerders die zich aan ons verbinden en die aan ons committeren. Maar door te investeren in bedrijven die betere zorg tegen lagere kosten mogelijk maken. Dat is een hele relevante combinatie. Dus als wij in staat zijn om een positief rendement op te leveren, dan kunnen we ook weer een volgend fonds ophalen, want er is marktwerking uiteraard. Als wij geen goed rendement of niet voldoen aan de verwachtingen, dan houdt het voor ons op. Maar wij koppelen dat heel nadrukkelijk aan een missie die ook de zorg gaat verbeteren. Dus de bedrijven die we in onze portefeuille opnemen – en dat zijn hele diverse soorten bedrijven, natuurlijk – voldoen allemaal aan dat criterium dat we een betere zorg willen opleveren voor een patiënt, voor de zorgverlener en voor het ziekenhuis en zorgsysteem in brede zin. Maar ook tegen een betere en lagere kostendruk.

André: Als we eenmaal die investering hebben opgehaald, komt het inderdaad heel erg neer op het vertrouwen dat jullie moeten krijgen. Maar vervolgens ga je natuurlijk ook investeren, hoe werkt dat? Hoe kom je tot een bepaalde keuze waarvan je zegt, “In deze partij gaan we de komende jaren investeren”?

Pieter: We zijn om te beginnen heel erg streng, dat zeggen we meteen als we met een ondernemer in gesprek gaan. We krijgen op jaarbasis ongeveer duizend plannen binnen.

André: Alleen voor Private Equity? Of sorry, voor Venture Capital.

Pieter: Ja, voor Venture Capital en Growth krijgen we duizend plannen binnen en inderdaad, aan de Private Equity kant komen er iets van een tweehonderd binnen. Dus 1200 plannen en uiteindelijk daaruit volgen 7-8 investeringen. Dus je hebt het over een heel laag percentage wat uiteindelijk door al onze screens en filters heen komt. Voor ons is een belangrijk criterium om snel een indruk te krijgen, “Is dit een onderneming die de zorg verbetert en die ook de kosten verlaagt?” Die combinatie is een belangrijke screen. Daarnaast kijken we ook naar, “Heeft dit product of deze dienst de juiste groeipotentie? Opereert het in een markt waar nog veel ruimte is om te groeien?” Het zijn allemaal businessaspecten waar we naar kijken. Heel belangrijk is voor ons ook, “Is dit management team in staat om het businessplan uit te voeren?” En als we heel eerlijk zijn, dan is dat eigenlijk het belangrijkste aspect. Idealiter heeft het team het al een keer eerder gedaan, heb je serial entrepreneurs of managers die al heel lang actief zijn op het veld en een track record hebben. Het liefst vermijd je daar allerlei leercurves, want die zijn in de praktijk vaak heel duur.

André: Nu heeft Private Equity nog weleens het imago dat het een vrij harde wereld is, waarin weleens de kritiek wordt gegeven dat het vooral gaat om de financiële kant en niet zozeer om de mensen, dat er vaak ontslagen vallen, dat er gedownsized wordt, dat er op die manier geprobeerd wordt om de marge te verbeteren. Hoe kijk jij naar dat soort kritiek?

Pieter: Ik ken die verhalen en er zijn ook voorbeelden in de praktijk die niet zo fraai zijn. We kennen allemaal Hema, de financiering daarvan en hoe dat fout gegaan is. Er zijn allerlei andere voorbeelden waarin Private Equity investeerders als sprinkhanen worden omschreven. Dat staat wel vrij ver af van onze praktijk, als ik heel eerlijk ben. Om te beginnen financieren we onze bedrijven aan de Private Equity kant niet agressief, dan komt EBITDA weer terug.

André: Misschien is dit het moment om toch even uit te leggen wat EBITDA is.

Pieter: De Earnings Before Interest, Taxes, Depreciation, and Amortization. Dus de winstgevendheid van een bedrijf uit de operatie. Wij financieren drie keer dat getal en dat is niet zo heel erg agressief en de voorbeelden die in de praktijk vaak genoemd worden in de media zitten veel hoger. En die komen ook in de problemen zodra de business een beetje tegenwind ervaart, dan zijn ze niet meer in staat om aan hun verplichtingen te voldoen en door zo’n agressieve lening structuur komen ze in betalingsproblemen. Dat is bij ons nog nooit gebeurd. We zitten eigenlijk met een hele vriendelijke structuur. We laten het management team ook mee delen, daar we zijn ook ruimhartig in. Je zou het aan de CEO’s moeten vragen, of die dat ook zo vinden. Maar we zijn afhankelijk van het management team en we delen in de opbrengst van de toekomst door ze een incentive structuur aan te bieden die gelijkloopt met onze belangen. Dus ik ken de verhalen, maar bij ons ligt het iets anders.

André: Jullie volgen daarin een andere strategie. Hoe lang blijven jullie normaal gesproken geïnvesteerd in een bedrijf?

Pieter: Je moet denken aan ongeveer vijf jaar. Soms, afhankelijk van een thema waar we naar kijken, willen we een kortere exit-horizon en proberen we daar ook heel specifiek op te selecteren. Bijvoorbeeld aan de Venture & Growth kant zeggen we 3-5 jaar omdat in de praktijk bij een startup naar scaleup nog weleens wat langer kan duren. Dus we proberen daar die grens wat meer naar voren te halen. Dan blijkt overigens ook dat we soms bedrijven al sneller kunnen verkopen aan een strateeg of naar de beurs kunnen brengen. Bij onze Private Equity activiteiten zitten we gemiddeld rond de vijf jaar. Dat is een andere tak van sport, want daarbij heb je bedrijven die cash genereren, als het een jaar langer zou duren, is dat niet zo’n probleem. Daar hoeft geen kapitaal bij. Dus dan is het soms juist aantrekkelijk om wat langer te wachten en een snelgroeiend bedrijf door te laten groeien waardoor dan uiteindelijk onze return ook verbetert. We kijken daar verschillend tegenaan. Maar ik denk in algemene zin is voor ons het eindpunt wel heel belangrijk. Dus als wij kijken naar een nieuwe investering, dan bepalen we al in onze due diligence, in het onderzoek naar het bedrijf, wat het eindpunt gaat worden en hoe het bedrijf daar naartoe kan groeien. Dat doen we door het heel uitgebreid te onderzoeken, oké in een zo geheten commerciële due diligence waarbij we al gaan praten met marktpartijen.

André: Met klanten ook, waarschijnlijk.

Pieter: Met klanten, ja. Om een idee te krijgen van, “Het product of de dienst die dit bedrijf ontwikkelt, is daar behoefte aan bij de patiënt of de zorgverlener of de farmaceut of een medische corporate? Hoe moet het eruitzien op het moment dat wij willen verkopen? Waar groeit het bedrijf in 3-5 jaar naartoe?” De input die we daaruit verzamelen, uit die commerciële due diligence, gebruiken we weer om een value creation plan op te stellen waarin mijlpalen staan waarlangs het bedrijf gaat groeien.

André: Dan zul je daar af en toe ook aanpassingen moeten doen, waarschijnlijk? Want de markt is dynamisch, omstandigheden kunnen veranderen. Je zult ook in zekere mate flexibel daarmee om moeten kunnen gaan, denk ik?

Pieter: Ja, het is een momentopname en het kan natuurlijk zijn dat het sneller of trager gaat dan verwacht en dan passen we het aan. We zijn natuurlijk met elkaar in gesprek en we hebben hetzelfde belang.

André: Duidelijk. Even een overstapje, een andere kant op. Je woont in Amsterdam, Gilde werkt vanuit Utrecht. Maar je komt zelf oorspronkelijk uit Brabant. Uit wat voor een achtergrond kom je?

Pieter: Dat is een leuke vraag. Ik kom hier dus uit de buurt, Schijndel. Schijndel is op een aantal manieren vergelijkbaar met Oss, in de zin dat de socialistische partij de grootste partij is in de gemeenteraad, bijvoorbeeld. Van oudsher is Schijndel ook een arbeidersdorp. Het was ooit grootindustrieel. Jansen de Wit, daar werden sokken en panty’s geproduceerd en dat is met een enorme dreun failliet gegaan. Dus een arbeidersachtig dorp, net als Oss, met een industrieel verleden wat verdwenen is en wat het karakter van het dorp heeft bepaald. Mijn vader was dierenarts en die is daar ooit gevestigd. Hij heeft een praktijk overgenomen voor grote en kleine huisdieren. Ik woonde met mijn ouders en mijn broer en zus op een verbouwde boerderij en we hadden zelf ook allerlei dieren. Koeien, paarden, geiten, kippen, et cetera. Een soort kinderboerderij.

André: Heel landelijk.

Pieter: Ja, en heel landelijk. Ik heb een fantastische jeugd gehad daardoor. Ik ging vaak met mijn vader mee op visite rijden. Eigenlijk is een dierenarts een enorme all-around medicus. Het is wel grappig, als wij vroeger wat hadden, en nog steeds, als mijn kinderen wat onder de leden hebben, dan weet mijn vader altijd hele simpele oplossingen die ook bij paarden en koeien werken.

André: Ook wel een beroep wat midden in de samenleving stond in zo’n dorp als Schijndel, natuurlijk.

Pieter: Ja. Hij was heel bekend, dat vond ik zelf ook altijd bijzonder. Ik weet niet hoe lang hij dierenarts was, op een gegeven moment was hij veertig jaar dierenarts, toen hadden boeren uit de praktijk en grote klanten een boek samengesteld met allemaal teksten en zo over mijn vader. Ik weet nog wat voor indruk dat maakte en wat voor impact hij had op die klanten.

André: Mooi! Je bent vervolgens naar de middelbare school gegaan in Sint-Michielsgestel, naar Beekvliet, dat is een bekende school in de regio.

Pieter: Ja, absoluut. Ik ging op de fiets vanuit de– Ik moet precies zijn, ik kwam uit Wijbosch, dat ligt tussen Schijndel en Veghel, een nog kleiner gehucht. Dat was een kilometer of tien fietsen naar Beekvliet. Een school met een hele mooie historie. Het was ooit een seminarie, er zaten zelfs nog een paar priesters die les gaven toen ik daar startte. En die school heeft mij ook enorm gevormd. Ik heb daar een hele plezierige tijd gehad. Het was een enorme overgang vanuit het dorpsschooltje naar het gymnasium. Het was even aanpoten in het begin, ik bleek allerlei vakken eigenlijk toch nog niet gehad te hebben. Ook mensen die ik later nog ben tegengekomen, die op die school hebben gezeten, hebben allemaal eenzelfde indruk, dat het een hele mooie regionale school is die wel boven de regio uitstak, maar toch heel duidelijk roots heeft in Brabant.

André: Het was echt een instituut, of het is misschien nog wel steeds een instituut.

Pieter: Ja. Er was laatst ook een reünie en Winy Maas is een hele bekende architect die onder andere de markthal in Rotterdam heeft ontworpen. Maar die heeft ook op die school gezeten en die heeft het nieuwe gebouw ontworpen van Beekvliet. Dat is echt een fenomenaal gebouw, dat is echt anders dan elke andere school. In Schijndel heeft hij de glazen boerderij– ik weet niet of je uit de buurt komt.

André: Ja, ik ben ook in Brabant opgegroeid, het zijn voor mij allemaal bekende namen. Mooi! De overgang werd waarschijnlijk nog iets groter toen je de overstap maakte naar Leiden, toen je ging studeren en lid werd van Minerva, heb ik begrepen?

Pieter: Klopt.

André: Dan kom je eigenlijk nog verder in een andere wereld terecht, of niet?

Pieter: Ja, dat was ook weer een grote stap. Ik heb die stap op de fiets genomen. Na de zomervakantie, de laatste zomervakantie die volledig zorgeloos was, omdat er een nieuw avontuur begon na afsluiten van de middelbare school, ben ik op de fiets naar Leiden gegaan. Dat was een soort overgangsrite, met hindsight. Maar ik vond het leuk om daarheen te fietsen en toen kwam ik aan in die stad en toen kon ik ergens logeren in een studentenhuis. Zodra de deur open zwaaide van dat studentenhuis kwam ik in een andere wereld, een nieuwe stroomversnelling.

André: Het was even wennen, denk ik?

Pieter: Dat was een grote overgang, ja. Maar ik vond eigenlijk alles mooi wat er gebeurde. Ik ben er snel ingedoken, dat ging vanzelf. De vriendschappen die je opbouwt uit die tijd zijn er nog steeds.

André: Die zijn blijvend.

Pieter: Die zijn er, ja.

André: Mooi! Op je cv kwam ik ook tegen dat je Spaans spreekt, hoe zit dat?

Pieter: Tijdens mijn studie heb ik een half jaar in Madrid gewoond. Ik ben gaan studeren aan een universiteit in Alcalá de Henares. Dat ging met een Erasmusbeurs. Dat was een fantastische kans om–

André: Om ervaringen op te doen.

Pieter: Ja, om een stukje van de studie in het buitenland te doen. Ik heb daar toen talencursussen gedaan en ik heb ook achter de bar gewerkt. Dat was eigenlijk de beste leerschool om die taal te leren. Het grappige is dat ik later ook bij Gilde daar nog best veel aan heb gehad en natuurlijk nog steeds. En op vakanties is het ook nuttig. Maar bij Gilde komen een aantal investeerders uit Spanje, dus ik kan met hen in hun eigen taal uitleggen hoe het gaat bij ons.

André: Leuk! Is dat een beetje de rode draad in jouw leven, dat je graag nieuwe uitdagingen opzoekt? Wat je allemaal gedaan hebt, welke stappen je gezet hebt?

Pieter: Ik weet wel dat dat de meest impactvolle momenten zijn in mijn eigen leven. Dan kijk ik meteen in de spiegel en dan denk ik, “Wanneer was nou die laatste grote stap?”

André: Tijd voor iets nieuws?

Pieter: Misschien moet je daar wel– Als ik kijk wat het brengt, om jezelf over een bepaalde comfortzone heen te brengen en aan iets nieuws te beginnen, ik probeer het wel te doen met mezelf te ontwikkelen, met cursussen en trainingen. Maar die echte grote transformaties zaten toch wat verder weg.

André: Ik heb begrepen dat schrijven één van je grote passies is. Zou dat dan een volgende grote stap kunnen zijn dat je zo verder gaat?

Pieter: Dat zou zomaar kunnen, ja.

André: Wat schrijf je dan, fictie of non-fictie?

Pieter: Ik vind allebei interessant. Wat ik zelf hele leuke boeken vind om te lezen, bijvoorbeeld Annejet van der Zijl, die boeken schrijft over waargebeurde verhalen, het helemaal uitzoekt en zo letterlijk mogelijk probeert weer te geven. De geschiedenisverhalen, historische romans. Maar ik vind fictie ook aantrekkelijk om aan te werken. Ik kom er overigens veel te weinig aan toe, maar dat is misschien inderdaad wel iets. Dat vind ik een heel goed idee, André.

André: Als we even teruggaan naar Gilde, jullie hebben recentelijk toch ook wel weer een aantal in het oog springende overnames gedaan, waaronder Sanquin en Agendia. Kun je daar iets meer over vertellen?

Pieter: Ja. We hebben inderdaad de spin-off van Sanquin, Reagents, mogelijk gemaakt. Sanquin is natuurlijk een hele bekende organisatie in Nederland.

André: De bloedbank.

Pieter: Ja, precies. En Sanquin Reagents is betrokken bij de ontwikkeling en productie en commercialisatie van een brede range van reagentia op het gebied van bloedgroepen en immunologie. Ze verkopen die reagentia aan inmiddels 150 verschillende klanten, allerlei laboratoria wereldwijd, maar ook grote IVD (In vitro diagnostics) corporates, waaronder bijvoorbeeld Siemens en Abbott. En daar hebben ze een aantal productgroepen inmiddels voor. Het bedrijf heeft zich fantastisch ontwikkeld binnen Sanquin, maar staat vrij ver af van de bloedbank en de core business van de bloedbank om het überhaupt als business te omschrijven. Dus het was voor de verdere groei van Sanquin Reagents eigenlijk best wel logisch dat het apart werd gezet.

André: Om te ontkoppelen.

Pieter: En het verder professioneel uit te bouwen. En daar zijn we nu actief aan begonnen. Het is een vrij recente transactie, dus nog weinig wapenfeiten, maar we zijn achter de schermen wel heel actief met het zittende management om te kijken hoe we verder de business kunnen uitbouwen met hen.

André: Het zal voor het bedrijf ook een cultuurverandering zijn.

Pieter: Ja, dat denken we ook. En dat zijn vaak trajecten die lang lopen. Dus dat klopt.

André: In het voorgesprek hadden we het ook even over Lumicks. Kun je daar iets meer over vertellen?

Pieter: Lumicks is een Nederlands bedrijf dat is ontstaan aan de VU, de Vrije Universiteit in Amsterdam, gebaseerd op research van twee hoogleraren biofysica. De ene actief in thermodynamica en de andere op het gebied van fluorescentie. Die twee hoogleraren, Erwin Peterman en Gijs Wuite, kwamen in een gesprek tot de conclusie dat het interessant zou zijn om hun technologieën te bundelen en te combineren, waardoor het mogelijk zou moeten worden om op het gebied van single molecule metingen, dus bijvoorbeeld een DNA-streng, als je die kan fixeren met een optische pincet, een optical tweezer, dan kun je daar allerlei stoffen op los laten, enzymen, eiwitten en misschien geneesmiddelen. Dat kun je dan filmen met een fluorescentie microscoop, zo kun je real-time zien hoe op single molecule niveau bepaalde mechanismen werken in het echt.

André: Voor wat soort toepassingen dan, vervolgens?

Pieter: Dat kun je natuurlijk op allerlei manieren inzetten, maar een voorbeeld daarvan is dat je kunt zien hoe het ‘mechanism of action’ van een bepaald medicijn daadwerkelijk verloopt. Dat kun je gebruiken bij het filen van je productregistratie en bij de FDA bijvoorbeeld of de EMA laten zien hoe een medicijn daadwerkelijk werkt, in plaats van het aan te tonen via indirecte experimenten en losse experimenten kun je real-time filmen hoe het echt werkt. Het blijkt ook dat het in sommige gevallen totaal anders is dan men dacht. Dus het is wel een revolutie op het gebied van de single molecule metingen en de apparaten worden wereldwijd verkocht aan onderzoekslaboratoria, maar ook aan de biotech en farma sector.

André: Een beloftevolle investering dus.

Pieter: Ja, en ze hebben ook een tweede product, dat heet z-Movi, zo noemen ze dat. Dat is een apparaat wat T-cellen selecteert die je bijvoorbeeld kunt genereren tegen kanker targets. Ze hebben een hele efficiënte manier waarop ze duizenden T-cellen tegelijk kunnen testen op hun affiniteit voor die kanker target die je wil meten en ze noemen dat ‘avidity’, de meting die daaruit volgt. Een soort bio marker om te zien welke T-cel het meest actief is. En dat is een hele mooie tool voor biotech en farma bedrijven op het gebied van celtherapie, bijvoorbeeld, die op zoek zijn naar goedwerkende T-cellen. Inmiddels is via het z-Movi instrument aangetoond dat er heel effectief T-cellen gegenereerd kunnen worden die de juiste avidity laten zien. En avidity blijkt ook nu een marker te zijn waar wetenschappers rekening mee moeten houden bij de behandeling van tumoren. Want het blijkt heel verschillend te zijn bij vaste tumoren, vergeleken met bloedkankers, bijvoorbeeld. Dus het is een zeer veelbelovende technologie die in eerste instantie in research settings wordt gebruikt en bij biotech bedrijven op het gebied van celtherapie, maar uiteindelijk een toepassing kan krijgen in ziekenhuizen omdat het een instrument is om het mogelijk te maken om patiënten op persoonlijke basis te behandelen tegen hun ziektes.

André: Het is natuurlijk mooi dat je op die manier kunt laten zien dat het ook niet alleen maar om rendementen draait in Private Equity, maar dat je ook een actieve bijdrage kunt leveren op vordering van de wetenschap.

Pieter: Juist.

André: En dat je juist, zoals je net al eerder noemde in het interview, ook een bijdrage kunt leveren aan een stukje kostenbeheersing of kostenverlaging. Dus het is eigenlijk veel breder dan alleen maar rendementsverbetering.

Pieter: Dat is correct.

André: Even los van deze twee voorbeelden die we nu besproken hebben, waar zien jullie nog meer beloftevolle veranderingen en mogelijkheden om in de toekomst te gaan investeren?

Pieter: Ook dat is weer heel divers. We zijn in het algemeen enorm positief over de sector en de mogelijkheden die we voorbij zien komen. Maar aardige voorbeelden zijn bijvoorbeeld slaapziektes. Dat is misschien niet de eerste markt waar je aan denkt, maar we zien heel veel interessante oplossingen voor slaap gerelateerde ziektes, zoals bijvoorbeeld insomnia of apneu. Technologieën die dat heel actief behandelen, daar zijn wij enthousiast over. NightBalance is een voorbeeld, dat is natuurlijk een hele mooi en simpel device waarmee je een milde vorm van apneu kunt behandelen, omdat patiënten daar meestal last van hebben als ze op hun rug slapen en dit was een apparaatje wat op de borst zit en wat een trilling afgeeft als je te lang op je rug ligt. Dan draai je je om op je zij en de milde gevallen van apneu zijn dan meestal verholpen. Denk aan snurken, want daarmee start het apneuprobleem eigenlijk, in lichte vorm. Maar we hebben ook een bedrijf in onze portefeuille opgenomen dat zich met digitale therapie van vormen van slapeloosheid, insomnia, bezighoudt. Het blijkt ook dat patiënten heel effectief geholpen kunnen worden tegen insomnia door ze zes weken lang te behandelen met een online therapie die is gebaseerd op cognitieve gedragstherapie. Alsof je bij een psychiater zit, in feite. En dat is effectiever gebleken dan slaappillen met uiteraard minder bijwerkingen of geen bijwerkingen, en ook tegen lagere kosten, en niet verslavend. Binnen zes weken kunnen patiënten zichzelf online behandelen tegen vormen van insomnia.

André: En meer cure dan care ook, in dit geval.

Pieter: Absoluut, ja. Wat wij met name interessant vinden is de overlap tussen therapeutische behandelingen en digitale technologie, bijvoorbeeld. Zo’n voorbeeld als wat we dan ‘digital therapeutics’ noemen met het bedrijf Big Health, wat die toepassing ontwikkelt. Maar we zien ook health tech applicaties op het gebied van medische devices, dus dat je heel goed kunt meten wat er gebeurt en ziet wat de respons van een patiënt is. We hebben bijvoorbeeld ook patiënt monitoring technologieën waarbij patiënten met hartfalen op afstand kunnen worden gemonitord, en zodra ze complicaties krijgen worden ze dan naar het ziekenhuis opgeroepen. Maar dat zijn hele elegante oplossingen om kosten te besparen, maar die ook veel beter zijn voor de patiënt.

André: Als ik luister naar wat je zegt over insomnia en apneu, heeft Philips jullie al gebeld of niet?

Pieter: Ja, we bellen heel veel met Philips. Want Philips is een investeerder in onze fondsen.

André: Ze zijn alleen nog niet heel gelukkig met een oplossing die ze hebben?

Pieter: Philips heeft natuurlijk de eerste generatie apneu technologie, de CPAP, wat overigens wel een hele effectieve manier is om patiënten met zware apneu te behandelen. Wij investeren meer in volgende generatie oplossingen. We zijn uiteraard veel in contact met Philips.

André: Die weet van alle partijen, natuurlijk.

Pieter: Ja. We hebben wel een hele nauwe link met hen.

André: Helder, dat kan ik me voorstellen. Je hebt zelf ook een gezin, twee kinderen?

Pieter: Ja, ik heb twee zoontjes van acht en dertien jaar die naar school gaan in Amsterdam.

André: Gaan ze in je voetsporen treden, denk je? Of wordt het iets heel anders?

Pieter: Ik geef ze in ieder geval alle vrijheid en in eerste instantie hadden ze ook niet echt door wat ik doe, omdat het lastig uit te leggen is. Het is natuurlijk niet een vak zoals mijn vader had, dat je bij boeren langs gaat en varkens vaccineert. Het is wat minder tastbaar.

André: Vertel eens, want je vertelde in het voorgesprek iets leuks over tekenfilmpjes, et cetera.

Pieter: Mijn jongste zoontje belde regelmatig als ik nog aan het werk was laat in Utrecht en dan zei hij, “Papa, wanneer kom je thuis?” En dan zei ik, “Ik ben nog even heel erg druk bezig.” Dan had ik heel snel op mijn scherm een filmpje aangezet van Peter Post, bijvoorbeeld. Of iets van Mickey Mouse en dan zei ik, “Kijk maar, ik ben heel druk. Ik moet nu een beetje blijven werken hier.” Dan liet ik het scherm zien, dan dacht hij, “Hoe is het mogelijk, papa kijkt naar filmpjes, die heeft het heel leuk. Zo’n baan wil ik ook.” Maar ik denk dat hij inmiddels wel beseft dat daar meer bij komt kijken. Maar hij heeft er wel een positief beeld van.

André: Heb je favoriete films of boeken?

Pieter: Ja, ik vind allebei heel interessant. Als je naar een goede film bent geweest, heb je soms wel het gevoel dat je een boek hebt gelezen, maar ook dat het iets in gang zet, een soort verandering. Een aantal films die dat hebben gedaan bij mij, mijn favoriete film is La grande bellezza.

André: Ja, prachtig.

Pieter: Ik heb hem even opgezocht, dat is alweer een hele tijd geleden, ik heb hem nog heel helder op het netvlies. Maar ik vind dat een fantastische film. Het zijn natuurlijk hele mooie beelden van Rome, maar onderliggend een heel belangrijk verhaal waar ik mezelf zo nu en dan aan moet herinneren. Ik weet niet of je nog weet hoe die film loopt, maar de hoofdpersoon, Jep Gambardella, heeft ooit een succesvol boek geschreven en daar teert hij op, op die oude roem. En ondertussen gaat het leven eigenlijk aan hem voorbij. Hij blijft een beetje in de Beau Monde hangen en consumeert mooie sfeerbeelden uit Rome. Hij zit in allerlei sociale kringen waar men eindeloos debatteert, maar eigenlijk niks meer presteert.

André: Dat refereert een beetje aan jouw mogelijke overstap richting het auteurschap, of niet?

Pieter: Ik zie het nu ook, dat thema wordt blijkbaar opgeroepen. Ik ga er wel mee aan de slag, André. Dat is een belangrijk moment. Maar de muziek is ook heel mooi en ik ben daar toch wel dagenlang mee aan de slag geweest. Ik was helemaal aan het uitzoeken, “Wat is die muziek dan? Wat is nou precies het verhaal?” We zijn ook zelf naar Rome gegaan onlangs, dan is het ook heel goed voorstelbaar, dat thema. Qua boeken, ik probeer zo nu en dan een boek te lezen, natuurlijk, zoals iedereen. Het laatste boek wat ik heb gelezen is De avond is ongemak van Marieke Lucas Rijneveld, wat de International Booker Prize heeft gewonnen. Ze heeft een unieke stem, denk ik. Over een heel verstikkend milieu, een heel gelovig milieu waar ze zich uit ontworstelt, maar eigenlijk in dat boek in ieder geval eigenlijk in vastloopt. Maar misschien leuk om te noemen is het boek ’t Hooge Nest van Roxane van Iperen, wat een grote bestseller is geworden. Want Roxane heeft ook op Beekvliet gezeten. Ik weet niet of je ’t Hooge Nest kent, dat gaat over de twee zussen Brilleslijper die onderduiken of de oorlog doormaken en een tijd lang ondergedoken zitten in een huis in Baarn en dat huis is door Roxane verbouwd, dus heel veel jaren later. Zij komt dan tijdens die verbouwing allerlei verborgen ruimtes tegen en allerlei spullen die zijn achtergebleven uit die tijd. Toen is ze dat hele verhaal gaan uitzoeken. Een fantastisch verhaal, heel knap geschreven. Roxane heeft dus ook op Beekvliet gezeten. Ik ben naar een boekpresentatie van haar geweest in Schijndel met mijn ouders en mijn zus. Dus heel leuk, en ze is heel sociaal bewogen en heeft zelf een overstap gemaakt vanuit de Zuidas als advocaat naar fulltime schrijver.

André: Het cirkeltje is rond, zou ik zeggen. Leuk! We komen ook een beetje aan het einde van deze podcast. Bedankt voor jouw verhalen en inzichten. Een vaste vraag aan het einde van de podcast is altijd: Zijn er nog zaken die we niet besproken hebben of is er nog een boodschap die je zou willen meegeven?

Pieter: Je had mij gevraagd om daar over na te denken, en ik heb er één. Heel vaak bij die inzichten heb je het dan over open deuren waarvan iedereen zegt, “Ja, natuurlijk.” Ik heb er één waarvan ik denk, “Dit is toch echt heel belangrijk voor mensen die in hun carrière bezig zijn en voor keuzes staan.” Dat is: Laat geld nooit een rol spelen. Ik zeg dat terwijl ik natuurlijk in de financiële sector actief ben. Het is heel verleidelijk om het na te jagen, maar het is een doel dat geen bevrediging oplevert. Ik denk dat het heel belangrijk is dat je je leven en je carrière inricht op basis van inhoud en verdieping en dat je focust. Focus maakt gelukkig.

André: En dat je je passie volgt ook, denk ik.

Pieter: Ja. En de rest is bijvangst. Voor de ene is het meer dan voor de ander, maar het maakt niets uit.

André: Mooie slotboodschap van deze podcast van vandaag. We blijven je met belangstelling volgen en ik ben natuurlijk heel benieuwd welke keuzes jij nog gaat maken de komende jaren. We gaan het met belangstelling volgen, bedankt voor deze tijd!

Pieter: Graag gedaan!

Dit was Leaders in Life Sciences, dankjewel voor het luisteren. Vond je iets van deze aflevering? Wij ontvangen graag jouw feedback. Wat houdt bijvoorbeeld jou bezig en over wie wil je meer horen? Laat het weten via een Apple of een Google review of stuur een berichtje via social media of natuurlijk gewoon per mail. Onze waardering is groot. Tot slot, nog dank aan onze partners. Dat zijn Pivot Park, Janssen, Pedersen & Partners, Axon Lawyers en Scribes fiscalisten.

Recente reacties